Hij werd in de herfst van 1299 met zijn broer Frank te Haarlem gevangen gehouden, doch vrijgelaten toen hun oom Jan Mulart van Borselen borg stond. Hij was toen blijkbaar nog zeer jong, we vinden hem vermeld in het testament van zijn broer Hendrik (1303), bij de zoen over de moord op zijn vader (1309), bij de landscheidng met de dochter van voornoemde oom (1313), bij de deling met zijn broeders (1316), onder de grondbezitters op Walcheren (1317 - 1343), als getuige voor de weduwe van zijn broer Wolfert II (1327) en bij vele andere gelegenheden. Met zijn neef Wolfert III regelde hij op 2 februari 1348 de grenzen der parochies van Vere en Zandijk. In 1348 en 1350 behoorde hij bij de ridders, die de afstand van keizerin Margaretha t.b.v. Willem V bezegelden, Hij was toen blijkbaar Hoeks gezind. In 1353 begon hij de polder Oosterland, bij Zierikzee, te bedijken.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-3560
Gekopieerd!