Woonde op het Huis Millingen.
LBER leen 9, de helft van een tiende te Beek c.a., 22-5-1551: Jutta van den Paidefoirt, draagt het leen op t.b.v. haar oom Henrick van den Paidefoirt Ottensz; 4-5-1570: eed vernieuwd; 29-8-1581: Johan van den Pavordt Henrichsz, na doode van zijn enige broeder Henrich vnd.
LBER leen 141, den Wolberinchof c.a. in het kerspel Gendringen, buurtschap Wiken, groot 130 maldersaets, 22-5-1551: Jutta van den Paidefoirt, draagt het leen op t.b.v. haar oom Henrick van den Paidefoirt; 4-5-1570: eed vernieuwd; 29-8-1581: Johan van den Pavordt Henricksz, na doode van zijn enige broeder Henrick vnd.
LBER leen 314, omtrent 16 morgen land c.a. te Duffelward, "to 5 marck", 8-8-1548: Henrick van den Paidefoirt, na opdracht door Johan Vaick; 4-5-1570: eed vernieuwd; 29-8-1581: Johan van den Pavordt Henricksz, na doode van zijn eenigen broeder Henrick, hij lijftocht zijn vrouw Sisinna van Lanip [=Camp!].
LBER leen 316+315, de tiende te Duffelward, met de kerkgift en 9 morgen land gen. die Droitboem,3 morgen lands gelegen in Duffel in den kirspel ... ende heit Ritpasch, 15-12-1540: Henrich van den Paidfort Ottensz, na doode van zijn broeder Johan; 22-5-1551: Evert van den Zande namens zijn vrouw Jutta van den Paidefoirt, na doode van haar broeder Johan - die de erfgenaam was van zijn vader Johan, die weder de zoon was van Otte vnd., doch welke Johans beide onbeleend waren gebleven - en na magescheid met haar halfbroeder Geryt van Yrdt.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-8152
Gekopieerd!