BMG 1913:177, Brabantsche leenen in Gelderland - Gherit de Koc van Bruechem mit uutdagen vorreict, also men sien moge in eodem 1).
Willem van Berchem by dode Gerits, siins oudervaders, secunda Martii XIIIIcXXXII 1) [noot 1: met latere hand toegevoegd].
LGZ/N leen 30, Thien mergen landts in den kerspel ende gerichte van Apeltern gelegen, an drie blocken, dat een geheiten die Morman, dat ander die Grote Rijsacker, ende dat derde die Cleyne Rijsacker () daer Willem van Berchem naest gelandt is, 1443: Willem van Berchem bij transport Willems van Apeltern, die dit van den huyse Apeltern affsplijt; 1469: idem, heer to Maesacker; 18-9-1473: Lijsbet van Berchem Willemsdochter, huysfrou Wolters van Hamel geheyten van Elderen, ridders.
LGZ/N leen 301b, een huys ende hofstat, in den kerspel van Brueckem gelegen, ende een windmeule met den gemale van Brueckem ende Kerckwick, met den winde, 1426: Willem van Berchem, erve sijner moder Derich; 1469: idem, heer to Maesacker, maeckt ende ontfengt bij tgene voors. is noch te leen die dagelixe herlickheid en der dorpen van Brueckem ende Kerckwijck [noot 1: reeds door hem en zijn voorvaderen (als allodiaal goed) bezeten, blijkens de akte]; 1473: Lijsbet van Berchem, huysfrou Wolters van Hamel geheiten van Elderen, als erve hares vaders Willems.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-10585
Gekopieerd!