Berucht werd hij vanwege het feit, dat hij kooplieden op de Zuiderzee niet ongemoeid kon laten. Het regende klachten van burgers uit IJsselsteden, Amsterdam, Stavoren, Groningen en Hamburg. Toen burgers van Stavoren hem in 1376 te pakken kregen, sloegen zij hem, zijn zoon en ettelijke bloedverwanten dood.