LGZ/A leen 46, de gruit en accise te Elburg, Oldebroek, Oostenwolde en Doornspijk, 1402: Pelgrim van Putten; 1405: tuchtigt sijn vrou Jutte van Arnhem, dochter Winands, heren Gerrits soon; 1420: Alijt van Putten, huysfrou Reinarts die Vos, erve hares vaders Pelgrims.
LGZ/A leen 46*, het huis te Putten c.a. te Oostenwolde, 1402: Pelgrim van Putten; 1420: Aleyt van Putten, huysfrou Reinarts die Vos, erve hares vaders Pelgrims, die huysinge tot Putten c.a.
LSGO (kwart. Veluwe) leen 25*, de tienden, grof en smal, c.a. in de buerschap Telligte kerspel Ermelo, ca. 1382: Pelgrym van Putten; 6-5-1394: idem; 2-6-1409: Katherine van Putten, so Pelgrym van Putten, haer vader, des uutgegaen is, hulder: Roebert van Apelteren, ridder (noot 2: haar man).
LSGO leen 32, de tiende te Heerde, grof en smal, mit sinen toebehoren, omstreeks 1382: Pelgrym van Putte; 6-5-1394: idem; 15-6-1419: Aleyd, Reynoltt Voss wijf, die Pelgryme dochter van Putten was, hoir angecomen van sinen doide; 14-6-1420: Otto van Langeraeck, Pelegryms dochter van Putten, hoer angecomen van sinen doide, hulder: Willem van Langeraeck, hoir man.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-13996
Gekopieerd!