ORA Veluwe inv.27/f.9, Ede 1539: Arndt Evertsz spreekt aan Brandt en Maas Rijcx, gebroeders; idem inv.29/f.2v, Ede 1550: getuigenis Brant Rijcx t.b.v. kerkmeesters Ede inzake testament Wolter Jansz; idem inv.32, Ede 1558: Maria van de Pede weduwe Willem Vonck c.s. spreken aan Gaertgen weduwe Brandt Rijcx, Johan de Smid, Gerrit van Leeuwen e.v. Alijdt Rijcx, Maes Rijcx en Crispinus van Saltsbrugh, alle als erfgenamen van wijlen heer Henrick Jansz, in leven priester tot Ede; idem inv.34, Ede 1569: Henrick Vonck spreekt voornoemde erfgenamen van heer Henrick Jansz opnieuw aan. ORA Veluwe inv.29/f.118, Ede 1545: getuigenis van Arnt van Langeler, Reyner van Byler en Hilleken Arnts huysvrouw, dat Jan Rijcx, Jan Smyt en heer Henrick Jansz, als voogden van de kinderen van wijlen Rijck Smyt, t.b.v. de kinderen hebben verkocht een vierdell van een erf en goed den Brandt in Garderen, waarvan een ander vierdell toebehoorde aan Arndt van Langeler; kopers: Johan Reynersz en Luytgen e.l.; AHG Civ.processen 1558/41: weduwe Brant Rijcs betaalt de karreman die haar, Jan Smyt en Thonis Rijcx, bloedverwanten van haar kinderen, naar Arnhem heeft gereden.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21750
Gekopieerd!