NL 1996:202; leen 13, de hofstede Luttike Weede c.a., 2-10-1589 geschil met Gijsbert van der Maat Jordaansz, zoals zijn en haar vader gemeen hadden, wordt gescheiden etc.
APOTH regest 590 (inv. 1254), 1589 oktober 2:
Vonnis Hof van Utrecht inzake het geschil tussen Ghysbert vander Maeth, eiser, en Gysbertha Peyten wed. van Jan Swart, gedaagde, waarbij laatstgenoemde wordt veroordeeld met eerstgenoemde over te gaan tot scheiding en deling van het erve, hofstede en tiend Luttike Weede, gelegen op het Hooge Landt dat zijn vader Jorden Ghysbertsz en hij daarna met Dirck Peyt en daarna Jan Swart man van Gysberta gemeen hadden en die verpacht hadden aan Aert Reyersz; verder een perceel genaamd Hollo. Luttike Weede was al in 1363 gemeenschappelijk eigendom van Jorden Ghysberts (Vermaet) en Dierck Peyt (inv nr 1074), het goed zelf was een leen van Elias van Wede, de tiende leen van de proosdij van Oudmunster. Oorspr. Met zegel van het Hof van Utrecht.
APOTH regest 591 (inv. 1080), 1589 oktober 31:
Bevelschrift van de Raden van het Hof van Utrecht voor de eerste deurwaarder of pander betreffende de uitspraak in het bovengenoemde geschil tussen Gysbert vander Maeth en Gijsberta Peyten weduwe van Jan Swart. Oorsp. Met afhangend zegel.
APOTH regest 596 (inv. 1234), 1591 augustus 5 stilo veteri:
Ghijsbert van der Maeth en Ghijsberth Poijten Jan Swarten weduwe, met Hamen Joosten haar voogd, sluiten een akkoord inzake hoeve, hofstede en tiende van Luttike Weede, waarbij Ghijsbert krijgt de hofstede, boomgaart, berg, het naastgelegen kampje naast Vanevelts hofstede; steen en getimmer met zes beste appelbomen, brink tot aan steeg; het kampje voor de wetering; 5 morgen enggrond, strekkende van het bos tot aan de grup, aan de noordzijde begrensd door de weg; het halve bos of heideveld, strekkende van de brink tot aan de geraven grup toe; de halve goor, aan de oostzijde begrensd door het land van de erfgenamen van Johan van Dashorst, aan de westzijde de gegraven grup; in de goor daarnaast het bosje in Cattenbroek gelegen, met de houitkamp; de duist Broetheuvel met alle bomen op de voors. hofstede staand; 1,5 morgen en de hei gelegen in Cattenbroecx cap, aan de westzijde begrensd door Johan van Doornick; de helft van het Haterveen, gelegen naast Meijns Lambers tot aan de gegraven grup toe; de Vlasakkers in de Boutenhoeff gelegen met dat lange akkertje in Wouters Hovers cap en heide;
Poijtghen Swarten zal hebben de maat met het geld van de watermolen en dat nu tot onderhoud van het sluisje gebruikt wordt; de eng, aan de oostzijde begrensd door de weg, aan westzijde door de voors. maat; groot ongeveer 3,5 morgen met 2,5 morgen van de eng aan de andere kant van de hofstede gelegen strekkende van het Molenbroek tot aan de gegraven grup; op deze eng de lange akker groot ongeveer 1 morgen die tiend geeft in Weerhorst; de voors akker zal krijgen de tiende van 1,5 morgen uit Weerhorst; nog de helft van bos en heide , aan de oostzijde begrensd door de goor, aan de westzijde de grup in het bos, met de helft van de goor naast het dit bos en de heide gelegen tot aan de grup toe die in deze goor gegraven is; Sleuters camp met de heide; de Berrecuelmet het tiendje in Harmen Joosten land; de Nieuwe Camp opt Hoegelandt; het Nieuwe Landt dat Steven Willemsen in pacht heeft; de helft van het Haterveen , van de grup tot aan de Duist , in pacht bij Jan Roelen; een dagmaat gelegen in de hei aan het eind van Wouter Hoevers camp, aan de zuidzijde begrensd door Schothorst , aan de noordzijde het land van Wouter Hoever; een perceeltje genaamd Holloo;
beide partijen hebben de overeenkomst ondertekend ten overstaan van Gerrit van Zoudenbalch, Harmen Joosten, Johan vander Burch, Jorden vander Maeth en Evert vander Maeth, die eveneens ondertekend hebben en bezegeld door Ghijsbert vander Maeth en Harmen Joosten voor Ghijsberta. Oorspr. Eerste zegel gaaf, tweede geschonden.
N.B. In dorso van 1500: ?Nota. Dat die hofstede vant goet genaemt Lutticke Weede wordt versocht aen Mr. Johan van Oudenbernevelt met een blancken beeker. Ende de tient van Lutticke Weede wordt versocht aen de abdye van Ouden Munster tUtrecht met 20 tornoysen. Ende dese twee leenen worden versocht als en van dese leenen vesrterft tot gelijcke costen van ons onders. Ende onsen erven. Oirconde onse handen geteyckent ao XVc 95 Jord. Vande Maet P. Swart?.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-22180
Gekopieerd!