In 1634 wordt ter requisitie van Cornelis Lamberts, ordinaris veerman in t veer van Beverwijk en Amsterdam, een verklaring afgelegd door onder meer Willem Cornelisz van Thoorne, schipper, ongeveer 25 jaar oud [184].
Op 23 juni 1637 worden twee keer getuigenverklaringen afgegeven ten verzoeke van Mr Johannis Harmensz, chirurgijn en buurman te Uitgeest, over de patiënt Willem Cornelisz van Toorn en het "accident" aan diens been. De eerste keer verklaren Allert Arentsz Bonckenburch schout, Jacob Fransz en Claes IJsbrantsz, buurluiden binnen Uitgeest, dat op de zesde van deze maand in de herberg de Swan, waarvan Tijmen IJsbrantsz de waard is, aanwezig waren ene doctor Dilmans, ene Mr Hans en ene Mr Rieuwert, allen wonende binnen Beverwijk, die tegen de requirant zeiden dat zijluiden aldaar gekomen waren als onpartijdige personen om van hem te verstaan hoe het accident met Willem Cornelisz van Toorn stond toen dezelve van Uitgeest naar Beverwijk vertrok, en de requirant beginnende redenen te geven van dezelve zaak de voornoemde doctor de requirant verder spreken verhinderde en tegen de requirant zei dat die de patiënt ongeneselijk gemaakt heeft en de requirant uitgemaakt heeft voor kwakzalver, fielt en meer andere vuile en ongeschikte woorden, en nadat de doctor opgehouden was met schelden de requirant vroeg hoe de patiënt gesteld was eer hij, requirant, dezelve onder hem kreeg, waarop de voornoemde doctor en de meesters alle drie antwoordden dat de patiënt al ongeneselijk was. De tweede keer getuigen Albert Jacobsz, oud 70, Tijmen IJsbrantsz, oud 55, en Jacob Fransz, oud 41 jaren, of elk daaromtrent, dat zij Willem Cornelisz van Toorn wonende te Beverwijk en zijn huisvrouw met zijn moeder, in t begin toen hij onder de requirant kwam om van zijn accident verlost te worden, hebben horen zeggen dat de meesters in Beverwijk hem hadden opgegeven, en dat hij dikwijls te Uitgeest op krukken zo hier zo daar is gegaan, dat zij hem dankbaar over Mr Jan hebben horen spreken, en zij wel weten dat de requirant eer hij het accidenet aan het been van de patiënt doorsneed de patiënt heeft voorgehouden hetgeen uit het accident zou kunnen ontstaan, nl. een geheel kwaad been met stinkende gaten waarop uiteindelijk de dood zou volgen, en het beste was dat het been zou stijf blijven met enige open gaten, doch dat hij nog wel met het stijve been zonder krukken zou kunnen gaan (enz., o.a. over afhalen door zijn vader en moeder, en dat de requirant geen betaling verlangde) [185].
Relaties:
- Gehuwd (Schepenbank) met Maria Gerritsdr (†<1671)
Ondertrouw: op 8 november 1630 te Beverwijk
Huwelijk: op 24 november 1630 te Beverwijk
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28243
Gekopieerd!