Middeleeuws Vlechtwerk

Jan Cornelisz Coelenbier

Vader: Cornelis Jansz Coelenbier
Moeder: Livina Stampaert (Stampen)
  • mr. koperslager, poorter van Haarlem
  • Overleden: vóór 1667

In het verpondingskohier van Haarlem van 1628 wordt Jan Coelenbier als eigenaar en verhuurder van een pand in de Aneganck Noortsyde in homanschap Y aangeslagen voor 14-7-0, en Jan Cornelisz Coelenbier als eigenaar in de Warmoesstraet in homanschap Y voor 21-0-0, en in het verpondingskohier van 1650 wordt Jan Coelenbier voor dezelfde bedragen aangeslagen [253].
In Haarlem verkopen in 1640 Aeltgen Jans, weduwe van Jan Joosten Lybaert, voor de ene helft, en Joost Lybaert, als voogd van de nagelaten kinderen van wijlen Jan Joosten voorschreven, voor de andere helft, aan Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, een huis en erve in de Aneganck, belend ten westen Jaecques Lambertijn, ten oosten Joost Michielsz, strekkende tot Joost Michielsz voorschreven, met de last van 800 gld, voor 1585 gld, te betalen over 5 jaar, met als borgen Henricus Gestranus de Jonge en Cornelis Coelenbier, verkoopt in 1643 Jan Cornelisz Coelenbier aan Ysaack Beck een huis en erve in de Aneganck waar tegenwoordig "De Bonte Mantel" uithangt, eertijds gekomen van het Vrouwenbroersconvent, belend aan de ene zijde de verkoper en aan de andere zijde Joost de Vlaming, achter strekkende aan de gemene heining aan de weduwe van Pieter Pietersz Schonck (met veel voorwaarden), met de last van 1000 gld die de verkoper erop houdt, voor 2000 gld te betalen over 5 jaar, en verkopen in 1643 Johan, Jacob en Cornelis van Teijlingen, gebroeders, aan Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, de kamer met erve in een gemene gang uitkomende in de Lange Veerstraet, naast de huizinge gekocht door Cornelis Jansz Coelenbier, voor 480 gld, te betalen 1/5 gereed en daarna 4 meidagen, met als borgen Cornelis Jansz en Dirck Jansz Coelenbier [254].
In 1643 testeren in Haarlem Jan Cornelisz Coelembier (hij ondertekent: Jan Cornelisz Coelombije), meester koperslager, en Belijtgen de Vondt, echte man en wijf, wonende in Haarlem, kloek en gezond, met nog 6 kinderen in leven, namelijk Cornelis, Jan, Dirck, Vijntgen, Franchijntgen en Janneken Jans Coelenbier, waarvan de oudste drie, te weten de drie zonen, reeds ten huwelijk besteed zijn, en hopelijk met de andere insgelijks zal kunnen geschieden; buiten de legitieme portie van de kinderen testeren zij op elkaar, waarbij na het overlijden van de langstlevende alles wat dan over is gelijkelijk onder de kinderen verdeeld zal worden maar elk ongehuwd kind vooruit zal hebben een goed bed met toebehoren, 3 paar kussenslopen en 600 carolusguldens, met uitsluiting van de weeskamer en deferentie aan hun tweede zoon Jan Jansz Coelembier [255].
In 1641 is Jan Cornelisz Coelenbier, koperslager, poorter en inwoner van Haarlem, een jaarlijkse rente van 45 gld schuldig aan Elijsabet van Maele, van 450 gld kapitaal, bevestigd in 1646 door Jan Cornelisz Colombije, koperslager, en de erfgenamen van wijlen Elijsabet van Maele [256].
In Haarlem verkoopt in 1658 Metje Dirks, weduwe van Mr Hendrick van Heeten, in zijn leven picqeur dezer stad, geassisteerd met Hendrick van Heten de Jonge haar zoon, aan Jan Cornelisz Coelenbier het sterke wel betimmerde huis met het erve in de Groote Houtstraet, belend ten zuiden verkoper, ten noorden Maerten Sadelmaker, achter strekkende aan de verkoper, voor 3400 gld, te betalen 1480 pond contant en de rest op 4 eerstkomende meidagen, en hebben op 25 juni 1659 Jan Cornelissen Coelembier en Cornelis van Campen, curateuren over de geabandonneerde boedel van Mr Henrick Picqeur de Jonge, aan Jan Cornelissen Coelembier en Willem Cornelissen timmerman samen, verkocht een huis met het erve mitsgaders paardenstal en tuin, aan de voorschreven Mr Hendrick Picqeur toebehorende, buiten de Groote Houtpoort tussen de Baen en de poort waar "t Swarte Paert" uithangt (met een lange lijst van belendingen), voor 4200 gld, te betalen op 4 eerstvolgende St. Jacobsdagen, met als borg Cornelis Jansz Coelembier [257].
In 1667 delen in Haarlem Cornelis Jansz Coelenbie, Theodorus Jansz Coelenbie, Gerrit Mulraet in huwelijk hebbende Franchina Coelenbie, Johannes Sinspenningh in huwelijk hebbende Janneken Coelenbie, en Daniel Hercules in huwelijk hebbende Belitgen Jans Coelenbie, erfgenamen van Jan Cornelisz Coelenbie hun resp. vader en grootvader, als volgt. Cornelis Jansz Coelenbie krijgt een huis en erve op de hoek van de Vestesteegh, in twee partijen bewoond, en een kamer met erve in een gangetje uitkomende op de Lange Veerstraet. Theodorus Jansz Coelenbier krijgt een huis met erve in de Franckesteegh alwaar "t vergulde Hooft" uithangt. Gerrit Mulraet krijgt een huis met erve in de Warmoesstraet op de hoek van de Anegangh alwaar "De Vergulde Lantaren" uithangt, en een huis en erve in de Smestraet. Johannes Sinspenningh krijgt een huis met erve in de Anegangh over de Franckesteegh, en een huis met erve in de Groote Houtstraet op de hoek van de Piekuersstal. Daniel Hercules zal hebben 3500 gld aan obligaties en contante penningen. Zij ondertekenen als: Cornelis Jansen Kolombij, Theodore Coulombye, Gerrijt Mulraet, Johannes Zinspenninck, Daniel Herculus [258].

Relaties:


permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28260 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7