In Haarlem getuigt in 1637 Cornelis Coelembier, garentwijnder, oud omtrent 45 jaar, en wordt in 1645 een verklaring afgegeven door Cornelis Coelembier, garentwijnder, waarin o.a. staat dat hij ongeveer tien jaar geleden is begonnen te werken en te twijnen voor de oude Pieter van Regemorter, en later voor de jonge Pieter van Regemorter, tot nu toe [351]. In 1639 verkopen de erfgenamen van Maria van Berckenrode van der Nyenburch aan Cornelis Coelenbier een huis en erve in de Groote Houtstraet, belend ten zuiden Symon Raphelsz, ten westen de plaetse en poort in de Gierstraet, ten noorden Neeltgen Jans de weduwe van Walich Pietersz, voor 2730 gld, te betalen de eerstkomende 5 meidagen [352].
In Haarlem testeren op 4 janauari 1653 Cornelis Cornelisz Coelembier, poorter dezer stede, en Maeycken Liemans, echteluiden, hij krank van lichaam, aan Vijntgen Cornelis Coelembier, hun enige dochter en enig kind, haar legitieme portie, inbegrepen wat zij bij haar huwelijk of anderszins genoten heeft, en institueren zij als universele erfgenamen Pieter Lijemans of Jan de Meijer [353]. Op 23 januari 1653 geeft Maeijcken Liemans, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Coelenbier garentwijnder, machtiging om van Joachim Bousius 286 gld 8 penningen verdiend twijnloon te innen, en wordt op 17 november 1653 ten verzoeke van Maeijcken Liemans, weduwe van Cornelis Coelembier, in zijn leven garentwijnder, een verklaring afgelegd door Anna Jansdr, huisvrouw van Gerrit Jansz meester kleermaker in de Lange Begynestraet, dat zij van 1650 to 1652 gediend heeft bij Joachim Boutius en menigmaal ten huize van Cornelis Coelenbier gekomen is waar Coelenbier lange tijd in huis zat [enz.] [354].
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28320
Gekopieerd!