In 1599 verklaart in Alkmaar Adriaen Jacobsz Capelman, notaris publiek, eertijds schout te Egmond op Zee, ten verzoeke van Maerten Pietersz Persijn als procuratie hebbende van Sierop Claesz van Nijedorp als vader en voogd van Trijn Sierops zijn dochter, dat hij als getuige geweest is bij Cornelis Aelbertsz Knaep te Bakkum, door wie Trijn Sierops, zo zij zeide, bevrucht was. Waarop Knaep haar een "eerloosde stucke hoers" noemde. Eindelijk is overeengekomen dat zij, Trijn, het kind zou houden en alimenteren en dat Knaep zou betalen 12 gld 10 st s jaars zo lang het kind zou leven [440].
In Beverwijk is in 1602 Gerrit Jacobsz als geordonneerde curateur over de boedel van Auwel Cornelisz, uitlandige reizer, eiser contra Cornelis Aelbertsz Knaep als nagelaten weduwnaar en erfgenaam van Anna Cornelisdr zijn overleden huisvrouw. In dezelfde zaak wordt op 29 juli 1603 de eiser Gerrit Jacobsz Wielemaeker genoemd, en condemneren schepen de eiser afstand te doen van een zeker perceel land in Wijk aan Duin, groot omtrent 900 roeden, strekkende ten oosten aan de Houtwech, aan t west aan de Kuijkerswech. Op 8 augustus 1603 is Jan Gerritsz Haeck vanwege Cornelis Aelbertsz Knaep hiertegen in beroep gegaan en is hij door Cornelis Aelbertsz Knaep gemachtigd aan het Hof van Holland [441].
In Haarlem machtigt in 1603 Cornelis Aelbertsz Knaep, eertijds waard te Bakkum, Jacob van Ancker, advocaat van het Hof van Holland, om te ageren tegen Adriaen Jacobsz van de Morsch als borg van Henricus Bossius, doctor medicine, Jan Willemsz Camp en alle anderen waartegen hij nutertijd te doen heeft [442].
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28372
Gekopieerd!