In repertorium op de leenkamers van de Graven van Blois, onder Wijk: nr 76, 14 sept. 1534 Bartolmies Jelisz, bij dode van Cornelis Jelisz, zijn broer, 6 maart 1535 Jan Duvenz, burger van Haarlem, bij overdracht door Bartolmies Jelisz [508].
In Heemskerk verkoopt in 1563 Jan Gerrit Jacopsz aan Bertolomeus Gelysz, poorter van Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 12 gld, hoofdpenningen 200 gld, met als borg Pieter Gerritsz zijn broer te Castricum [511].
In Beverwijk is in 1565 Bartolmies Jelisz een losrente van 3 gld s jaars, hoofdsom 50 gld, schuldig aan Claes Gerrytsz decker, met als onderpand zijn huis in de Breestraet strekkende tot achteraan de Conincxwech, belend ten zuidwesten Anthonis Jansz, ten noordoosten Jan Jansz [512].
In maart 1568 wordt in Beverwijk in verschillende verklaringen Bertelmeeus Gillisz genoemd als betrokken bij de prediking van dissidente leer; o.a. werd in zijn huis gepredikt [513]. Op 1 september 1568 was hij uitgeweken uit Beverwijk, werd hij verbannen en werden zijn goederen verbeurd verklaard door de Raad van Beroerten.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28400
Gekopieerd!