Woonde te Valkenburg, bezat het recht van vergeving van het altaar van St.Nicolaas in de kerk van Heerlen, vanaf 1514 tot na 1-3-1543 stadhouder van de lenen en voogd van het Land van Valkenburg. Maakte in 1509 met zijn broer Werner en halfbroer Johan Grijn een deling van de goederen, toegevallen na de dood van de ouders, Willem behield het adellijk huis met de molen te den Eijckholt, met de landerijen, woningen en verdere toebehoren gelegen onder de bank van Heerlen, de schuldvorderingen ten laste van den heer van Ysselsteijn, en van jonkheer van Sombreff en het achtste deel min een houwe hout in het Abdisbosch,(getuigen o.a. Diederik van Palant(kwstnr.79884) en Dries van Palant(kwstnr.39942) en zijn broer Gerard, ?boumester ten biesen duijtsorde?, het huis Strijthagen te Schaesberg bij de grens met Kerkrade.
In 1518 worden op zijn verzoek zijn 2 buitenechtelijke dochters Margaretha en Maria gewettigd door Petrus Tulleman, die daartoe was gemachtigd door keizer Frederik IV. Leden van het geslacht komen in de 16e eeuw voor als vrije rijksheer en bezitter van de heerlijkheid Oud-Valkenburg en Schin op Geul.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-38496
Gekopieerd!