- Geboren: ± 1550
- Overleden: tussen 14 november 1622 en 5 april 1625 (ongeveer 72 jaar oud)
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 361v [recordnr 11066], 16-6-1614: Cathrijn Otten, borgerse van Amersfoort, oud omtrent 64 jaar. Zij verklaart "bij ware woorden" in plaats van bij eede, op verzoek van Joanna Sloths, weduwe van Luitenant Hamelton, dat zij omtrent 5 of 6 jaar geleden van de moeder van Joanna Sloth, die toen woonde in de Pellecaen in s Gravenhage, ontvangen heeft twee stuks goud geld om aan Joanna S. te brengen, hetgeen zij ook gedaan heeft. Zij heeft nooit voor of nadien meer geld, zilver of goud van die moeder ontvangen om aan Joanna S. te geven. Zij verklaart nog dat het voornoemde goud volgens haar ieder omtrent vier of vijf gulden ten hoogste waard waren. Zij wil dit, indien verzocht, met de eed gestand doen.
Getuigen: Wouter Evertszn en Frederick Janzn.
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a001 fol. 493 [recordnr 11435], 7-10-1616: Procuratie van Jkvr. Ytken Poeyt, borgerse van Amersfoort, omtrent 63 jaren, dochter van wijlen Rutger Poeyt en Dam Vermaeth, haar vader en moeder; Zij machtigt Cathrijn Otten om uit haar naam te ontvangen twee jaar lijfrente (jaarlijks 8 gulden), die zij ten laste van de stad Antwerpen heeft te vorderen, en daarvan quitante te passeren. Getuigen: Willem Willemszn van Grooteloth en Meyns Gerritszn.
ONA Amersfoort, not. J. van Ingen AT002a002 fol. 6v [recordnr 10155], 15-1-1618 (o.s.): testament van Catrijn Otten, borgerse van Amersfoort, wed. van Aris Aelten. Zij bemaakt aan Aris Otten (zoon van haar overleden zoon Oth Arisz) haar huysinge, staande aan de "Afterstraet after dCamp" (de straat gelegen achter de Camp), welke tegenwoordig bewoond wordt door Anthony Ruyter, met het plaatsken daarachter, ca zes voet breed, dat met staketten affgepaelt (omheind) is. De huysinge aan de Camp zal de vrije "ganck" (zijpad of gang) behouden naast de andere huysinge, welke nu door de grote huysinge gebruikt en bezeten wordt. Verder bemaakt zij hem nog 200 Carolus gulden. Zij bemaakt haar dochter Henrickgen Aris (of haar geboorte) de grote huysinge voor aan de Camp staande, met hoff, hoffstede en "ganck" tot aan de achterstraat, zoals deze nu door de comparante wordt bewoond en bezeten, met al haar verdere goederen en grafstede in de St Joriskercke. Mits zij (of haar geboorte) alleen de doodschulden en uitschulden zal dragen van haar overlijden en daarenboven aan Aris Otten 200 gulden zal betalen ten mundigen dage. Mocht Aris Otten overlijden zonder geboorte na te laten, dan zullen de op hem bemaakte goederen weder erven op de naaste van de testatrices zijde. Hetzelfde in geval Henrickgen zonder na te laten geboorte mocht komen te sterven. Zij secludeert de Weeskamer. Getuigen: Reyer Jacobsz, Evert Petersz dRuych en Lubbert Petersz dRuych.
ORA Amersfoort, inv. 436-15, 14-8-1621: leningnemer: Catharijn Otten, wed. van Elbert Adriaensz met Johan Schade, haar gewezen momber, leninggever: Coenraet Fransz, lening: een losrente, 400 gulden hoofdsom, onderpand: huis, hof en hofstede op de Kamp strekkend van voor tot achter in de Sint Jansstraat, bel. 1: Reijer Jacobsz, bel. 2: de erfgenamen van Peter Harmansz, kuiper; Opmerkingen: In de marge:
Compareerd Warnaer van Bronckhorst, schepen dezer stad, die ontvangen heeft van Juffr. Margareta van de Voord, wed. van Geurt van de Wall in zijn leven burgemeester der stad Nijmegen, die het recht op nevenstaande plecht bij erfenis verkregen heeft uit handen van Secretaris Helsdingen in kracht van sententie van preferentie van 1-12-1654 (?) tussen de ... van Gerrit Jan Vlugh, eigenaar van de nevengenoemde hypotheek, ontvangen te hebben 400 gulden, 8-12-1655.
ORA Amersfoort, inv. 436-15, 26-4-1622: leningnemer: Trijn Otten, leninggever: Harman Aertsz, lening: 450 gulden hoofdsom, onderpand: huis op de Kamp, strekkend van voor tot achter in de Sint Jansstraat, bel. 1: Reijer Jacobsz, bel. 2: Jannitgen Peters; Opmerkingen: In de marge:
Compareerd Adriaen Swick, advocaat ten Hove van Utrecht die het redht op nevenstaande plecht gekregen heeft van Willem van Nijenroode per cessie van 28-4-1636 van Herman Aertsz van Strijland geld ontvangen 19-12-1655.
ORA Amersfoort, inv. 436-16, 9-11-1622: Verkoper: Trijn Otten; Jan Fransen als momber van Aris Otten en Marritgen Thonis als moeder van Aris, Koper: Aris Otten, haar kleinzoon (zoons zoon), omschrijving: de helft van een huis, hof en hofstede op de Kamp, bel. 1: Reyer Jacobsz, bel. 2: de weduwe van Peter Harmansz de Ruijch;
idem 14-11-1622: Leningnemer: Trijn Otten, Leninggever: Jan Carremans zijn vrouw en hun erven, Lening: losrente 12 gulden p.j., hoofdsom 200 gulden, onderpand: de helft van huis, hof en hofstede op de Kamp (als voren).
ORA Amersfoort, inv. 436-16, 5-4-1625: Leningnemer: Gerrit Jansz Schipper en Henrickgen Aris zijn vrouw, Leninggever: Aeltgen Aert Aertsz Dickens, onmondige dochter, Lening: 300 gulden; hypotheek voor de helft van Trijn Otten zaliger, andere helft van Aris Otten, onderpand: een huis met hof en hofstede, gelegen vóór van de Kamp tot achter in de Sint Jansstraat, bel. 1: Reyer Jacobsz erfgenamen, bel. 2: Peter Harmensz Ruijch.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-39039
Gekopieerd!