Vader:
Claas Gerritsz
Moeder: NN
- treed op als voogd bij transport door zuster Lobberich 1542, rentmeester van Armen de Poth 1524-<42,
- Overleden: tussen 1 september 1552 en 22 juni 1558
ORA Amersfoort, inv. 436-03, akte 3, fol. 6v, 26-6-1540 (septima post Johannis Nativitatis): verkoper: Wouter Claessoen en zijn zoon Jacop Woutersoen, koper: Nellitgen Jacop Splyntersdr, omschrijving: tegoedschelding van 4½ keizersgulden aan losrente die zij jaarlijks hebben uit het goed van Goirt Scaip en zijn wijf Evertgen.
ORA Amersfoort, inv. 436-03,
Akte 5, fol. 6v, 26-6-1540 (septima post Johannis Nativitatis): verkoper: Wouter Claessoen, koper: Jacop Woutersoen, zijn zoon, omschrijving: tegoedschelding van de eigendom van het vierde deel van een huis en hofstde waar hij tegenwoordig in woont, gelegen in Den Bruell, bel.: aan de ene zijde Willemtgen Peter Willemsoen wed., aan de andere zijde Loich Hermensoen; opmerkingen: de andere drie delen behoren Jacop al toe. Genoemde Wouter heeft het goed eertijds gekocht van Jacopgen Jacop Henricksoen dochter.
ORA Amersfoort, inv. 436-03, fol. 10, 1540-08-25 (quarta post Bartelmei): () omschrijving: De Pot is verschuldigd voor eeuwig: 1) drie uitdelingen per week te doen boven de uitdeling die Wouter Claessoen als bewacer van de genoemde armen mr. Jacop van Bijler in 1537 dinsdag voor Sint Margryet [1537-06-12] beleden heeft (); opmerkingen: Deze akte betreft 4 onderdelen. Dit is deel 1. Er zijn vier brieven van gemaakt, een in die Pots-kyst, een in de Sint-Joriskerk, een in het St. Petersgasthuys en de andere in handen van Rijckt Bijler als erfgenaam van zijn broeder mr. Jacop van Bijler zal.
ORA Amersfoort, inv. 436-03, fol. 80, 1542-11-10 (sexta in profesto Martini hyemalis): Wouter Claessoen, rentmeyster en bewaerder van den armen huysitten in De Pot, heeft verklaard en beloofd dat hij zal onderhouden, administreren en uitreiken zekere penningen en rente ter somme van vierhonderd gulden, die de armen van Cornelis van Bijler ontvangen hebben, om wekelijks ten eeuwige dagen twee provens boven de algemene provens uit te reiken, voor het zieleheil van de zalige heer Andries van Bijler en mr. Rijckt van Bijler beide broeders van genoemde Cornelis van Bijler ().
ORA Amersfoort, inv. 436-03, fol. 102, 1544-05-08 (quinta post Crucis):
verkoper: Wouter Claessoen als rentmeyster en gemachtigde van de nonnen Regularissen van St. Aichten klooster binnen Amersfoort, koper: Jan Trant en Henrickgen e.l. ().
ORA Amersfoort, inv. 436-03, fol. 106, 1544-07-16 (quarta post Margarete): verkoper: Ghijsbert Lumensoen en Wouter Claessoen als kerckmeysters van St.-Joriskerck bij wil, consent des Raidts, koper: Philps Ram en Geertruyt e.l. ().
ORA Amersfoort, inv. 436-04, fol. 10, 1552-03-08: verkoper: Albert Gerytszn, burger tot Housum, koper: Wouter Claeszn, omschrijving: een huis, hof en hofstede, gelegen in de Hellestraat, het voorste eind strekt van de straat af tot in het Hellegraftgen, bel.: aan de zuidzijde Reyer de kistemaker met zijn gevel, aan de noordzijde de gevel met de drop en Maes Janszn met de zijnen.
ORA Amersfoort, inv. 436-04, fol. 21v, 1552-09-01: leningnemer: Wouter Claesn en Nellitgen e.l., leninggever: Ghijsbertgen Vermaet Jansdr van Wede, lening: een losrente van 3 keizersgulden, te lossen de penning 20, onderpand: een hof gelegen in de Luyshoeck, bel.: aan de ene zijde de nonnen van St. Aechten Clooster, aan de andere zijde Dirck Werboutszn; opmerkingen: deze brief is aan handen van Gerryt Janszn Verburch afgelost op 1553-11-16.
ORA Amersfoort, inv. 436-04, fol. 214v, 1558-06-22: omschrijving: drie camers of huizen met de hofjes daarachter met all getimmer daarop staande, gelegen in de Hellestraat, strekkende in het vierkant van de openbare straat tot aan het Hellegraftgen, bel.: aan de andere zijde Claesgen, zalige Wouter Claess weduwe, zoals Reyer Reyerss dat placht te verhuren.
NB: betreft vermoedelijk een andere Claas Woutersz! vgl. de beide akten van 1552!
APOTH regest 370 (inv. 773), 1524 maart 14 s manendaichs post dominicam Judica:
Willam de Wyse, schout, Jan Zaell, Claes Gerytz en Lumen Aert Moy, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Herman Henrickz en Geertruyt e.l. hebben overgedragen aan Wouter Claesz namens De Poth van een jaarlijkse rente van drie gulden, gevestigd op een huis buiten de Roeden Toren waarin Mouweris Bott woont, hem nagelaten door Gysbert Hermanz. Oorspr. Alleen een fragment van het derde zegel nog aanwezig. N.B. Transfix van akte d.d. 15 november 1458, losgeraakt. In dorso: ?erfpacht van 1 gl 4 st hollants op Mourits Hermens nu Henric Henrics van Zwoll in die Uterse straet?, ?inde witte swaen?.
APOTH regest 371 (inv. 774), 1524 maart 17 donredaichs post dominicam Judica:
Willam de Wyse, schout, Jan Zaell, Claes Gerytz en Jan Zoemer, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Jacop Teuisz en zijn vrouw Feuis hebben overgedragen aan Wouter Claesz namens de Poth een kwart van een jaarlijkse rente van drie gulden, gevestigd op een huis buiten de Rodetoren waarin Mouweris Bott woont, op alle manieren zoals vermeld in de akte waar deze door is gestoken. Met de zegels van de oorkonders, het eerste verloren, fragment van het derde. N.B. Transfix van akte d.d. 15 november 1458, losgeraakt.
APOTH regest 372 (inv. 826), 1524 juni 3 sfrydages nae sunte Petronellen dach:
Reyer Peterz, oudste burgemeester en richter, Geryt Zoes Botter, Meijns die Wildt en Dyrck Poyt Rutgertz, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Wouter Claes, rentmeester van de Poth, met instemming van de raad en de gemene Potbroeders heeft verklaard dat de Poth jaarlijks op Sint Thomasdag drie mud schoonbrood zal uitdelen ten behoeve van het zielenheil van Dyrck Dyrckz weduwe, Oude Dyrck Dyrckz en zijn vrouw Thoen en dat bij verzuim de kerkmeesters van de Joriskerk de Poth mogen manen deze uitdeling te doen. Oorspr. Met fragmenten van het eerste, derde en vierde zegel, het tweede verloren. N.B. Lias met akte d.d. 4 augustus 1501.
APOTH regest 380 (inv. 829), 1526 juli 2:
Burgemeesters, schepenen en raad, als hoogste gezag over de arme huiszitten in de Poth, machtigen de Pothbroeders Dirck van Dolre, meester Goirt Vlug, meester Jacob van Byler, Reyer Peterss, Willem Rijcks, Peter van Herdevelt, Wouter Claess, Evert Henrics, Gysbert Lumanss, Aert Servaess, Peter Jacobs, Dirck Dircks, Ryckt van Byler, Jan van Estvelt, Jan Peters en Lanffert Geerloffsz tot het beheer over de goederen van de Poth uit hun naam en die van de twee procuratores oud en nieuw. Oorspr. Met fragment van het stadszegel.
APOTH regest 410 (inv. 1079), 1531 maart 12 op sinte Gregorius dach:
Jan van Wede, knape, beleent Ghijsbert Jorden Ghijsbertz soen als opvolger van zijn vader Jorden Gijsbertz met de hofstede Luttike Wede, voor wie Wouter Claess hulde, eed en manschap heeft gedaan, ten overstaan van de leenmannen Claes Gerijtz en Jacop Zoest. Oorspr. Met zegel.
APOTH regest 439 (inv. 742), 1534 december 13 donredaichs op Sunte Barbaren Avont:
Roloff Peters, schout, Wouter Claess, Loich Rutgers, Henrick Geritz en Jacop Staell, schepenen van Soest oorkonden (etc.).
APOTH regest 457 (inv. 1009), 1537 april 8:
Willem Ryckss en Wouter Claess, verklaren namens de Armen de Poth verhuurd te hebben (etc.). Oorspr. Met zegels van Willam Rijcks en Wouter Claess, geschonden.
Zegel (1275): Claess, Wouter
Beschrijving: Gedeeld: I een dwarsbalk, vergezeld van drie lelies; II een dwarsbalk, over alles heen een geschakeerde schuinbalk van twee rijen en tien vakken;
Kleur: zwart; Vorm: rond; Materiaal: was; Afmeting: 26 mm.
Staat: redelijk, rand boven en zegel onder geschonden; Bevestiging: aan het charter met lint; Tijdvak: 16e eeuw;
Functie/ Titel etc.: Zegelaar te Woudenberg op Ekris; Naamvoerder: Wouter Claess.
Bron: Archief Eemland, Armen de Poth, beh.nr. 100, inv.nr. 1009, d.d. 1537-04-08, regestnr. 457.
APOTH regest 467 (inv. 907), 1538 juli 6:
Joost van Hardenbroeck, knape, beleent Jacob Jorden Ghysbertsz vander Mate nadat Jan Ghysbertss, priester, afstand ervan heeft gedaan met de in de vorige akte genoemde stukken grond; ten overstaan van de leenmannen Adriean van Zuydoort en Egbert van Groenenberch heeft Wouter Claess tot Amersfoert voor Jacob hulde en eed gedaan. Oorspr. Met zegel van de leenheer, aan de rand geschonden.
APOTH regest 493 (inv. 1062), 1542 juni 14 dess zwoensdaichs nae sinte Odulphus dach:
Johan van Weelden verklaart ontvangen te hebben van Wouter Claess, oud dispensier en rentmeester van de Poth, in plaats van de overleden Rycout van Bylaer, namens de Armen de Poth de koopsom voor 11 dagmaten land in de Slaag en verklaart ze te vrijwaren voor alle hinder of schade, op zijn verzoek mede bezegeld door Willam van Lijenler en Henrick Zaell Janss. Oorspr. Met drie zegels. N.B. In dorso: ?vande ii dammaten inde Slaech?.
APOTH regest 508 (inv. 1252), 1547 maart 7:
Johannes Zuylen, prior, en priesters en conventualen van het klooster in de Birkt, (), en de mater en gemene zusters van sunte Urselen genaamd de Celzusters, (), hebben tot het sluiten van een overeenkomst ieder vertegenwoordigers aangewezen, te weten Evert Jan Claess en Wouter Claess, schepenen van Amersfoort, door de prior van de Birkt en Heinrick van Ryn en Anthonis Pouwelss, door de Celzusters, die vervolgens zijn overeengekomen (etc.).
APOTH regest 510 (inv. 1253), 1547 maart 7:
Henrick Poth, plaatsvervangend schout, Dirck van Wael en Dirck Brant, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Wouter Claesz, rentmeester en bewaarder van de arme huiszittende provenieren genaamd de Poth, met instemming van schout, burgemeesters, schepenen en raad van Amersfoort voor hem en de Potbewaarders van nu en de toekomst, heeft verklaard dat (etc.). Oorspr. Het tweede zegel aanwezig, het eerste en derde verloren.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-39156
Gekopieerd!