Middeleeuws Vlechtwerk

Lubbert Heynensoen [van der Mathe]

Vader: Heyn van der Mathe
Moeder: NN
  • tijnsgenoot 1392
  • Overleden: na 3 maart 1403

(?) OA Amersfoort, regest 53 (inv. 3555), 1387 April 18 des donredaghes na beloken paschen: Johan Otten zoen van Wolfswinkel, schout, Ghisebrecht Botter, Johan van Voerder, Heynric Cruve en Johan van Ymmichusen, schepenen in Woudenberch, oorkonden, dat Heynric Lubbrechts soen aan zijnn zoon Lubbrecht in vrije eigendom heeft overgedragen 2 1/2 hoeve land, op Voskule, onder Woudenberg, aan de bovenzijde begrensd door het land van genoemde Heynric Lubbrechts soen en aan de benedenzijde door dat van Rutgher Willams soen en dat hij beschikkingen heeft gemaakt omtrent: het levenslange gebruik door hemzelf en zijn vrouw van het huis c.a., staande op het overgedragen land en van andere goederen; de nalatenschap aan zijn zoon Lubbrecht en zijn drie dochters, of hun erfgenamen, waaronder een erf te Amerongen en het goed Gheytenbeke; de betaling van zijn nagelaten schulden en de bezwaring van zijn nagelaten goederen. Oorspr., met zegels van de oorkonders, het vijfde verloren. N.B. Localisering: ?boven naest?, ?beneden?: resp. hoge en lage zijde, of oosten resp. westen, naar de loop van de Lunterse beek?
OA Amersfoort, regest 132 (inv. 3614), 1403 Maart 3 des saterdaghes na sente Mathiis dach des apostels: Claes van der Zevender oorkondt dat, in tegenwoordigheid van zijn leenmannen Ghiisbert Botter, Cruve Goesen Vos soen, Gheriit Zweders soen Peter Botter en anderen, Lubbert Heynen soen aan hem heeft opgedragen een hoeve land, die deze van hem in leen hield, gelegen op Vosculen, geheten des proests hoeve van Sente Peter tUtrecht, aan de bovenzijde begrensd door het land van Ghiisbert van Sniddeler en dat van Ghiisbert Botter, aan de benedenzijde door dat van Lubbert Heynen soen en door de Woutsloet, die de scheiding met Loesderbroec vormt en dat hij genoemde hoeve vervolgens aan Gode Johans soen in onversterfelijk leen, naar Zutphens recht heeft uitgegeven, te verheergewaden met een pond, onder zekere bepalingen met betrekking tot de wijze van leenverheffing en de tijns- en tiendvrijdom. Oorspr.; zegel van de oorkonder verloren. N.B. Localisering: met bovenzijde (?boven naest?) en benedenzijde (?beneden?) moet zijn bedoeld resp. de oostzijde en de westzijde; immers, gezien de ligging van Voskuilen en Leusbroek kan de Woudsloot slechts de westelijke begrenzing hebben gevormd. Was hier de loop van de Luntersebeek maatgevend, of het verschil in hoogte van de grond? Vgl. de annotatie bij regestnr. 53.
OA Amersfoort, regest 133 (inv. 3615), 1403 Maart 26 des manendaghes na onser vrouwendach annuncyacyo: schepenen te Woudenberch oorkonden, dat Lubbert Heinen zoen overgedragen heeft aan Goede Jans zoen en diens vrouw Evert de vrije eigendom van 40 morgen land c.a., gelegen op Vosculen, aan de zuidzijde begrensd door het land van Goede Jans zoen voornoemd en aan de noordzijde door dat van Rutgher Willam zoen, behoudens het recht van de heer van Apcoude op zijn tijns. Oorspr.; met de zegels van de oorkonders.
APOTH regest 17 (inv. 1047), 1392 mei 11 op sinte Pancreas avont: Eerst Taetse, hof[- en tijnsmeester] en richter van de heer van Abcoude, Aernout van Landaes en Lubbert Heyne Lubberts soens soen, tijnsgenoten, oorkonden (). Oorspr. Met zegels van de oorkonders.

Bronnen:

1. begunstigde in Het Oud-Archief van de gemeente Amersfoort inv. 3555, 18-4-1387 transport regest 53
2. tijnsgenoot in Archief Armen de Poth inv. 1047, 11-5-1392 regest 17

permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-39513 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7