LGZ/N leen 33, de halfscheid van de benedenste percelen van de Galantsche weerden, groot ongeveer 16 morgen, te Maasbommel, 1505: Giellis van Riemsdijck, heer tot Isendorn, seggende sijns vaders oltste soon te wesen (), wort beleent ende transporteert op Joost van Delft ende sijn suster Beerte, weduwe Hermans van den Pol [transport en belening blijkens vervolg kennelijk onterecht!)].
LGZ/N leen 186, de tiende van Oyer weerd te Echteld, 11-8-1482: Joost van Delft, erve sijnes vaders Herberens; 1501: eed vernieuwd; 18-4-1545: Gijsbert van den Pol Hermanssoon ontfengt dit leen als Joost van Delft te hebben plach.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-43796
Gekopieerd!