Zegel: 3 vogelpoten 2-1 en een barensteel van 5 (1430) resp. 3 (1430) hangers.
OV1969:141-142, Archief Oude Gasthuis te Delft, cart. inv.nr. 70, 21-12-1436: Aliidt, de weduwe van Jan Zoet, met haar broer Willem Engelbrechtsz als voogd, verkoopt aan haar neef Willem Philipsz 8 hond land in Maeslandt, gemeen met de koper en Claes Tou Arentsz en verpacht aan Jacob Jansz van Vlaerdinge. Mede bezegeld door haar neef Gerit Jansz van Kockelenberch (fol. 51v).
OV1976:285-286, lenen hofstad Arkel, leen 39: De kapoenen en hoenders binnen de stad Rotterdam (1443: in de Nyepoirt aan beiden zijden van de straat, strekkende
vanaf de kerkvliet noordwaarts tot in de stadsvest), 19-7-1442: Willem Enghebrechtsz met de helft van het leen bij dode van zijn moeder Mechteld, gehuwd met Enghebrecht Wermboutsz (l.h. 115, cap. Arckel, fol. 1 en cap. N.H., fol. 9v); 19-11-1443: Jan van Treslong met de helft van het leen na overdracht door Willem Engebrechtsz en met de andere helft na overdracht door Doede Willemsz namens zijn neef Claes Jansz van Vorenbroeck als leenvolger van zijn oom Gheerlof Jansz van Vorenbroeck en door Pieter Ghijsbrechtsz als leenvolger van zijn zusters zoon Willem Doede (l.h. 115, cap. Arckel, fol. 6).
OV1988:590, X1X. Het gemeente archief van Oost-Flakkee, nr. 618. 24-1-1477: Machtelt, weduwe van Daniël, verkoopt Jacob Dircxz ½ morgen land, gemeen met haar zelf in 7 morgen te Monster, belend ten westen: Aechte, weduwe van Jan Martijnsz en haar kinderen, ten zuiden: de Gantel, ten oosten: de regulieren te ?s Gravenzande, ten noorden: de dijk, in zijn geheel belast met 73/4 pond per jaar. Bezegeld door Willem Engebrechtsz: 3 vogelpoten 2, 1, en door Pieter Gerijtsz: 3 leeuwekoppen 2, 1, gescheiden door 4 dwarsbalkgewijs geplaatste blokjes.
OV1991:38, De Delftse Statenkloosters, F. Sint Hieronymusdal, nr. 82. 25-1-1430: Machtelt, weduwe van Engebrecht, verkoopt aan Florijs Jansz 8 hond land te Maeslant aan de Oestgaech in Brederoetswoning, gemeen met de koper en Buekel Vranckenz, verpacht aan Jan Meesz Bezegeld door haar zoon Willem Engebrechtsz: 3 vogelklauwen 2, 1 en een barensteel met 5 hangers.
OV1991:53, X. Verspreide charters van het R.A. Zuid Holland, nr. 124. 25-1-1430: Machtelt, weduwe van Engebrecht, verkoopt aan Florijs Jansz 8 hond land te Maeslant aan de Oestgaech in Brederoetswoning, verpacht aan Jan Meesz, gemeen met de koper en Buekel Vranckenz, belast met ongeld. Bezegeld door haar zoon Willem Engebrechtsz.: 3 vogelpoten 2, 1 en een barensteel met 3 hangers.
OV1997:624, Leidse kloosterarchieven, nr. 16, 24-1-1449: Willem Enghebrechtsz verkoopt aan de zusters en convent van Sint Barbere te Noirtich 4 morgen land te Monster in de Made achter Loesduynen, gemeen met Alijt, weduwe van Jan Soet, verpacht aan Wouter Jansz, belend ten oosten en noorden: het klooster Loesduynen, ten westen: het klooster Reynsburch, ten zuiden: de Dijcksloot. Met zijn zegel: een uitgeschulpt Sint Andrieskruis en dat van zijn neef (cousin) Jacob Jansz: 3 kraaienpoten 2,1 (inv. 37).
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-70359
Gekopieerd!