LBBL leen 50: Dat sloot end huys van Driesberch c.a., in den kerspel van Kessell, met een paer witte hantschoon te verhergewaeden, 16-12-1546: Sander van Tellich draagt dit op aan Willem van Schewick [geen vervolg].
LBBL leen 84: t Goet to Putseler, in verscheiden parcelen, gelegen tusschen Middachten en Rederne-oirt, in den kerspel van Rheden, 8-7-1561: Cornelis van Wyhe draagt dit leen op aan Willem van Schevick; 9-9-1575: Evert Mess als hulder van Anna van Schevick en met consent van haar man Gerrit van Meeckeren, draagt dit leen op Jan Cornelis.
LGZ/N leen 82: Een huys ende hoffstadt tot Puelwijc c.a., gelegen binnendijks in den schependom van Gent, 28-6-1545: Willem van Schevick, erve sijner moder Elisabet; 30-4-1551: Elisabeth van Schevick, huysfrou Henricks van Poelwick Henrickssoon, bij transport hares vaders Willems.
LGZ/U, leen (ongenummerd): Een huys geheiten Driesberge ende den hoff c.a., in den kerspel van Kessel op der Nyerssen gelegen, 1516: Wilhem van Schevick met sijne broders ende susters bij transport harer moder Elisabet; 21-1-1540 en 9-8-1544: eed vernieuwd; 9-8-1544: tuchtigt sijn vrou Margriet van Steenhuys; 17-12-1546: clagende dat hij van den statholder Willem Hinckert gevordert werde dit voor een Bairs leen te ontfangen, crigt voor bescheit, die graeff van Egmont als heer to Bair magh sijn recht versoecken daert behoort.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-81794
Gekopieerd!