LGZ/N leen 6, Die heerlickheyt van Persingen met den gerichte, hoge ende lege, [etc.], 1420: Johan van Appelteren als erve sijnes vaders (noot 1: heeren Henrichs soen); 1444: Henrick van Apeltern versekert sijnen oom Johan van Apeltern uut de heerlickheyt ende slot van Persingen met der visscherien ende anderen heuren tobehoren 100 rhijnsg. sjaers op Paeschen te beuren; 1444: ontfengt dat huys ende heerlickheyt van Persingen c.a.; 1444: crigt consent te verpachten in erffpacht an Willem Tengnagel van Sandwijck [diverse stukken land]; 1452: Henrica van der Leck, huysfrou Henricks voorn., wort getuchtigt, maer so sij verandersaet sal sij alleen an 100 rhijnsg. sjaers getuchtigt sijn; 1465: Henrick voorn. ontfengt dat huys ende heerlickheyt van Persingen c.a. [omvangijke omschrijving van ligging]; 1467: Johan van Apeltern Henrickssoon beleent, sijner moder tucht voorbeholden, ende belooft openinge [voor de hertog].
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-95975
Gekopieerd!