Vader:
Henrick Goossenz Brant
Moeder: NN
- priester, kanunnik van St.-Jan te Luik, stichter van een kapel in de kerk van Oirschot 1400
- Overleden: na 12 maart 1412
KOIR regest 94, 22-3-1385: transport huis en hof aan den Hoevel in de parochie van Oirschot aan Jorden en Herman Brant, zonen van Henric Brant, en hun zwager Goevaert van den Meerven, alleen belast met erfcijnzen aan het kapittel van Oirschot en twee altaren [in de kerk van Oirschot, regest 144].
KOIR regest 100, 16-8-1386: Joerden Brant, zijn broer Herman en hun zwager Goedevaert van den Merevenne erkennen een jaarlijks te geven roggepacht uit een goed gelegen aan den Hoevel in de parochie van Oirschot aan Kathelijn, natuurlijke dochter van heer Heinric Bac.
KOIR regest 144, 10-12-1393: Jorden en Herman Brant, broers, en hun zwager Godert van den Meerven dragen over aan Vranck en Willem, natuurlijke zonen van heer Jan Achscillinxs, alle goederen afkomstig van heer Henric Back, vroeger deken van Oirschot, of zijn natuurlijke kinderen, gelegen aan den Hovel in de parochie Oirschot, met enkele lasten aan het kapittel van Oirschot en twee altaren in de kerk van Oirschot.
KOIR regest 153, 12-4-1395: Vranck en Willem, natuurlijke zonen van heer Jan Achscillinxs, dragen alle goederen afkomstig van Jorden en Herman Brant, broers, en hun zwager Godevart van den Meerven, voorheeen van heer Henric Back, aan Godevart van den Heesacker.
KOIR regest 164, 13-7-1396: Jordanus en Henricus genoemd Brant en hun zuster Katherina, kinderen van Henricus genoemd Goeswijns soen de Vlimen, dragen over aan Godefridus genoemd van den Merevenne t.b.v. hem en van heer Jacobus genoemd Groy, kanunnik te Luik, al wat hun toegevallen is bij dode van heer Jordanus genoemd Brant, kanunnik van St.-Jan te Luik, in een roggepacht en een erfcijns uit een huis, tuin en akker in de parochie Oirschot, ter plaatse geheten Nootelen, in een roggepacht uit goederen in de parochie Vessem, in een roggepacht uit land en vrachten hooi in de parochie Boxtel, ter plaatse genaamd Lennus Hoevel, in een roggepacht uit een stukje land genoemd Dat Groet Rullen in Best, en in een erfcijns uit een stenen huis aan de Vismarkt in Den Bosch en uit een hoeve geheten tGoet tot Boirgulen in de pastoria Vlierden.
KOIR 191, 6-5-1400: Deken en kapittel van Oirschot geven goedkeuring aan de stichting van een kapel in de kerk van Oirschot door Jordanus, genoemd Brant de Straten, priester, kanunnik van St.-Jan te Luik, afkomstig uit Oirschot, met eraan verbonden een dagelijkse H. Mis onder bepaalde voorwaarden. Notaris Johannes Elye bekrachtigt de akte met zijn signet [zie ook: KOIR blz. 20 en 76, inv.nr. 323, en: Frenken, Documenten, 228-230].
KOIR regest 239, 12-3-1412: in capella quam dominus Jordanus Brant quondam avunculus dicte testatricis fundavit in ecclesia sancti Petri in Oerscot prefata, uiterste wilsbeschikking van Lya de Maren, dochter van Johannes de Maren, waarbij zij vele schenkingen doet waaronder een erfcijns uit een huis en hofstad in de Orthenstraat in s-Hertogenbosch, executeurs-testamentair: meester Rutger de Audenhoven en meester Jordanus Brant, zoon van Henricus Brant de Straten.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-100471
Gekopieerd!