KOIR regest 174, 12-7-1397: Lya, dochter van Johannes de Maren, en Johannes genoemd Zeelander, als echtgenoot van Gynta, dochter van Henricus genoemd Brant, dragen over aan Godefridus genoemd van den Merevenne t.b.v. hem en van heer Jacobus genoemd Groy, kanunnik te Luik, al wat hun toegevallen is bij dode van heer Jordanus genoemd Brant, kanunnik van St.-Jan te Luik, in een roggepacht en een erfcijns uit een huis, tuin en akker in de parochie Oirschot, ter plaatse geheten Noetelen, in een roggepacht uit goederen in de parochie Vessem, in een roggepacht uit land en vrachten hooi in de parochie Boxtel, ter plaatse genaamd Lennus Hoevel, in een roggepacht uit een stukje land genoemd Dat Groet Rullen in Best, en in een erfcijns uit een stenen huis aan de Vismarkt in Den Bosch en uit een hoeve geheten tGoet tot Boirgulen in de pastoria Vlierden.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-100480
Gekopieerd!