Hij is 5 september 1214 in het keizerlijk kamp bij Gulik, wordt in 1220 gevangen genomen door de graaf van Luxemburg: Walram van Limburg, en bij de vrede tussen de Keulse aartsbisschop Engelbert en Walram in augustus van dat jaar onvoorwaardelijk vrijgelaten; daarna is hij in mei 1226 met zijn broer Siegfried aan het keizerlijk hof in Parma.