Middeleeuws Vlechtwerk

Rutger Poeyt

Vader: Dirk Rutgersz Poeyt
Moeder: Oeda van Snuel
  • schepen van Amersfoort 1559, 1566, 1569, lid van de magistraat 1547-74
  • Overleden: vóór 20 december 1575

BEU/SCZ p.32: Rutger Poyt, sc. Aft., 1559, 1566 (S.A. 1068, 1093) zegelt: drie zwaarden in een punt naar onder heraldisch links samenkomend. NL 1995 k.91: lenen huis Nijeveld, nr.16, Hoogland, gerecht en tienden binnen en buiten de burgwal te Bloemendaal te Amersfoort, 20-12-1575 (9/f.19v-20) Cornelis van Duverden, voor Jordaan Poeyt, bij dode van Rutger Poeyt, diens vader.
APOTH regest 521 (inv. 1187):
1552 november 22
Oeda weduwe van Dirck Peut en Rutger haar zoon, met hun huwelijkslieden Aert Gherrytsz en Johan van Snuell, aan ene zijde en Lobberich weduwe van Jorden Gysbertz en haar dochter Dam, met hun huwelijkslieden Gysbert Jordenss Vermaet en Cornelis van Wede, aan de andere zijde sluiten een huwelijksovereenkomst waarbij
Rutger inbrengt:
een half erf geheten Buechorst gelegen op Hamersveld, tijnsgoed van de Sint Paulusabdij te Utrecht, aan de ene zijde zuidwaarts begrensd door de Leusbroeker wetering en aan de andere zijde westwaarts Henrick Zaell Willemss en Geertruyt zijn zuster en Rutgerz zelf; de helft van het erf en goed geheten de Zyetwyndt, aan de oostzijde het gasthuis te Amersfoort, aan de westzijde de Byeshaer, aan de noordzijde de Buechorst, aan de zuidzijde Henrick Goirts erfgenamen; een halve tiend op de Amersfoortse Eng en die van Varrenhees leengoed van het Sicht Utrecht; de tiende van de goederen op Bloemende strekkende over de Burgwal naar Weden, leengoed van Johan van Rossem, heer van Broickhuyssen; een erfrente van 1 gouden guldenuit het erf van Henrick van Syl te Leusden; 500 gulden aan geld en have;
verder geeft Oeda de helft van een stuk land in de Nederbirkt in het gerecht van Amersfoort, aan de ene zijde begrensd door Thonis Geryts, aan de andere zijde Gerryt Duwers erfgenamen; de helft 2,5 dagmaat land gelegen te Bunschoten Te Velde, gemeenschappelijk met Roeloffgen van Dashorst
Lobberich en Dam brengen in:
18 dagmaten land te Nederzeldert, aan de oostzijde begrensd door de refgenamen van Johan van Westrenen, het klooster in de Birkt en het gasthuis te Amersfoort, aan de westzijde Gysbert Jacobss erfgenamen en het kapittel van Amersfoort; de helft van 8 dagmaten land in Nederzeldert benedenweges, aan de ene zijde begrensd door de erfgenamen van Johan van Westrenen, aan de andere zijde Geertruyt Thonis Pyls weduwe of haar erfgenamen strekkende van de OudeWetering tot de Haarse Loodijk, leengoed van de abdij van Sint Paulus te Utrecht; de helft van een huisje aan de Plaats, gemeenschappelijk met meester Peter Zoest; de helft van twee huisjes eveneens gemeenschappelijk met meester Peter, aan de Langegracht, aan de voorzijdede straat aan de achterzijde Jan Lubbertz, waar Henrick Corneliss kinderen met een schuur tussenin gelegen zijn, waarvan het ene huisje in gebruik is bij Gysbert Botter, schipper, en het andere met de hof daarachter bij Neel Jans;
Met de voorwaarden dat als een van beiden zonder nakomelingen overlijdt de goederen weer terug zullen gaan naar de familie waar het uitgekomen is; alles wat zij naderhand verwerven zal gelijkelijk verdeeld worden; als een van hen na de dood van de ander een nieuw huwelijk aangaat zullen de kinderen daaruit afstand doen van de ingebrachte goederen;
Voort zal Rutger zijn vrouw geven van 24 Philippusguldens uit het erf Zyedtwynt die vervalt als Dam voorde tweede keer trouwt, bezegeld door de huwelijkslieden. Oorspr. Het tweede en vierde zegel gaaf, het derde geschonden, fragment van het eerste.
APOTH regest 544 (inv. 1255):
1563 juli 16
testament van Cornelis Volckensz, oud burgemeester, wedn. van Geertruyt Jacobsdr., als executeurs worden aangewezen Mr. Wilhem Laurens, Peter van Westrhenen Meynss, Ghysbrecht vander Maeth, Rutger Poydt en Cornelis Reyerss.
APOTH regest 550 (inv. 1113):
1569 maart 4
Joest van Hertvelt, schout, Rutger Poeyt en Anthonis Pouwelsz, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Gysbert vander Maet en Dirck van Wael, oude en nieuwe rentmeester van de Armen de Poth, verklaren schuldig te zijn aan zuster Anthonia Jacops dochter, procuratrix van het convent van de Celzusters een erfelijke losrente van tien Keizersgulden per jaar, te lossen met 200 gulden, met dien verstande dat bij het uitsterven van de kloosterlingen deze rente zou komen aan een instantie die zich evenals Celzusters inzetten voor de armen. Oorspr. Met de zegels van de oorkonders.
APOTH regest 572 (inv. 1130):
1577 oktober 9
Luman Janss verklaart de betaling door Ghijsbert van der Maeth ontvangen te hebben die hem door bemiddeling van Gerrit van Scayck en zijn vader Jan Stevenss aan de ene kant en Rutger Poijt aan de andere kant toegezegd (etc.).

Relaties:

Bronnen:

1. bruidegom in Archief Armen de Poth inv. 1187, 22-11-1552 regest 521
2. Schepenzegels in het Amersfoortsche gemeente-archief blz. 32

permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21818 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7