Vader:
Aart Moy Aalbertsz
Moeder: NN
- Geboren: vóór 1474 (in 1499 handelingsbekwaam)
- schepen Amersfoort 1507, 1509, 1520, 1524, landgenoot en nabuur te Leusden 1510, testeert met zijn
- Overleden: tussen 10 februari 1527 en 30 september 1534 (ongeveer 53 jaar oud)
OA Amersfoort, S.A. 713-821-825, zegel: als vader; idem S.A. 631 22-4-1499: Lumen Aerts Moyensoen draagt een huis buiten de Roodetorenpoort, geheten het swarte varken, op aan Hendrick Dircksz.
APOTH inv. 591, fol. 25, 1495 (6 post Lucie): Willem Willem Evertzoen ende Weim sijn wijff, Fy Willem Evertzoen weduwe ende Alijt haer dochter mit Ammel Evertzoen momber hebben te goede geschouden Luman Aert Moyenzoen ende Beieraet sijn wijff de hofstede daer dat huys ende schuer afgebrant is mit alsulck hout ende steen als daer op is ende voert de camer mitter hofstede daer an staende in de Wiver zoe Luman ende Beieraet dat te gebruiken plagen, deen Jacob Stael dander Jan Servaessen.
APOTH regest 298 (inv. 823):
1507 februari 20 des saterdages nae sunte Valentyns dach
Willam de Wijse, schout, Wulfger van Hukenhorst, Luman Aert Moyens en Geryt van Dashorst, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Aert Goedens namens de Poth heeft verklaard jaarlijks van Sint Maarten in de Winter tot Sint Ambrosius de armen wekelijks twee proven of aalmoezen te zullen geven boven hetgeen zij reeds ontvangen voor het zielenheil van Peter van Westrenen en Yde, diens vrouw en met dien verstande dat de broeders voor hun moeite jaarlijks vijf stuivers zullen ontvangen. Oorspr. Het vierde zegel gaaf, fragment van het eerste, het tweede en derde verloren. N.B. Lias met akte d.d. 7 oktober 1506.
APOTH regest 313 (inv. 1072):
1510 oktober 9 op sunte Victoirs avont
IJsbrant van Wee, schout, Reijer Wijtten soen, Comen Willem Evers, Lumen Aert Moeijens, Evert van Zijll en Jan Zoemer, landgenoten en buren te Leusden, oorkonden dat Rijcout Dircks verklaart schuldig te zijn aan Claes Geryts een halve mud rogge per jaar uit zes morgen roggeland of engeland en uit zijn hofstede in Vrankenhoeve, aan de ene zijde begrensd door het land van Claes en aan de andere zijde door dat van de erfgenamen van Goiryt Reijers. Oorspr. Met zegels van de oorkonders, het zesde verloren.
APOTH regest 346 (inv. 1203):
1518 augustus 23 op sunte Bertolomeus avont
een stuk land in de Karsse camp van een mud saets, aan de noordzijde begrensd door de erfgenamen van Willem van Ameronghen, aan de zuidzijde Lumen Airt Moyenz, opstrekkende van Evert van Zyll tot aan de bochs?
APOTH regest 370 (inv. 773):
1524 maart 14 s manendaichs post dominicam Judica
Willam de Wyse, schout, Jan Zaell, Claes Gerytz en Lumen Aert Moy, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Herman Henrickz en zijn vrouw Geertruyt hebben overgedragen aan Wouter Claesz namens De Poth van een jaarlijkse rente van drie gulden, gevestigd op een huis buiten de Roeden Toren waarin Mouweris Bott woont, hem nagelaten door Gysbert Hermanz. Oorspr. Alleen een fragment van het derde zegel nog aanwezig. N.B. Transfix van akte d.d. 15 november 1458, losgeraakt. In dorso: ?erfpacht van 1 gl 4 st hollants op Mourits Hermens nu Henric Henrics van Zwoll in die Uterse straet?, ?inde witte swaen?.
APOTH regest 386 (inv. 1149):
1527 februari 10 op sunte Scholasticae avont
Peter Gheritz, schout, Meyns Janz, Volken Willemz, Andrijes Janz en Reyger [sic] Hesselz, schepenen van de Duist en de Haar, oorkonden dat Lumen Aert Moyz en Beyeraet zijn vrouw elkaar tot erfgenaam hebben gemaakt, met uitzondering van twaalf dagmaten land, gelegen bij de draaiboom, opstrekkend van de Lodijck tot aan de Bisscops wech, die zijn bestemd voor een uitdeling. Oorspr. Met de zegels van de oorkonders, het eerste geschonden. N.B. In dorso: ?Beieraets lijftocht inde Haer?.
APOTH inv. E1, fol. 72-73v, 13-4-1582: landscheiding tussen erfgenamen (3e gen.) van land te Nederseldert in het gerecht De Haar.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-22625
Gekopieerd!