In 1660 verklaren Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, en Jan Cornelisz anders Jan Jacopsz, duinmeier en buurman te Castricum [gebroeders], ten verzoeke van Jacop Willemsz, buurman te Castricum, en Hillegont Willemsz, huisvrouw van Pieter Symensz tegenwoordig in ?apperensie? [hechtenis] in s-Gravenhage, mede buurvrouw aldaar, dat zij verscheidene malen aan Jacop Willemsz, requirant, ?soo hont beetten als harmes ende soo gedrenckte als gevonden konijnen? hebben verkocht [218.
In 1663 bekent Louris Cornelisz, duinmeier en buurman te Bakkum, schuldig te wezen aan Alit Cornelis zijn zuster, buurvrijster op t Hoflandt, 750 gld ter zake van al over enige jaren geleende penningen, en belooft daarom een gelijke somme weder te betalen, met interest tegen 4 gld 10 st in t jaar, en transporteert aan haar al zijn meubele goederen, koeien, paarden, schapen, hooi, stro, al zijn inboedel, en huisraad, voor voornoemde hoofdsom; Aellit Cornelis laat comparant de goederen ter liefde gebruiken [219.
[218. RAA ONA Castricum 3012 (notaris Claes Adriaensz Schoorell), 11 maart 1660.
[219. RAA ONA Castricum 3013 (notaris Claes Adriaensz Schoorell), 1 febr. 1663.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28239
Gekopieerd!