Vader:
Cornelis Claasz
Moeder:
Guurtje Jelisdr
- scheepstimmerman, timmerman, leverancier van bouwmaterialen, schepen van Beverwijk
- Overleden: op 1 april 1614 te Beverwijk
- Begraven: te Beverwijk (Grote Kerk)
In Beverwijk verkoopt in 1560 Lysbet Jacopsdr weduwe van Gerryt Claesz, met Claes Gerrytsz alias Braeck haar zoon, aan Claes Cornelisz een losrente van 10 st s jaars, is in 1560 Jelis Bartolmies 400 gld schuldig aan Claes Cornelisz ter cause van een karveelschip, met als borgen zijn vader Bartolmies Jelisz en Pieter Jansz als zwager van Jelis, is in 1563 Anthonis Jacopsz schipper, de zoon van Jacop Hendricxz, 200 gld schuldig aan Claes Cornelisz ter cause van een karveelschip, heeft in 1565 Pieter Cornelisz wonende te Spaarndam van Claes Cornelisz een karveelschip gekocht voor 758 gld, betaald met een scheepsbrief van 425 gld waarna nog 333 gld schuld overblijft, en is in 1566 Baert Jan Schipper aan Claes Cornelisz 333 gld schuldig, met Gerryt Pietersz grootschipper als borg [356].
In 1566 verklaart Claes Cornelisz, medeschepen van Beverwijk, aan zijn zes kinderen bij zijn eerdere overleden huisvrouw Marytgen Maertensdr, namelijk Gerryt, Jelis, Cornelis, Tryn, Anna en Rusgen, 5 carolusguldens s jaars, elk gelijk aan 40 groot vlaams, schuldig te zijn, aflosbaar met 84 carolusgulden, welke hoofdsom afkomstig is van de bestemoeder van de kinderen. Als onderpand stelt hij zijn huis en erf in de Nieuwe Steech strekkende tot de erfgenamen van Jacob Jansz, belend ten noordwesten de Achterwech, ten zuidoosten Pieter Hendricxz en Arent Pieters [357].
In Noordwijk bekent op 20 oktober 1577 Jan van Heusden, baljuw en schout van Noordwijk, ter presentie van schepenen van Noordwijk opgedragen te hebben aan Claes Cornelisz van Beverwijk, volgende de naasting door deze gedaan en schepenvonnis daarop dd. 4 september 1577, alzulke erfenis als Dirck Willemsz van Sassenheim, bij overlijden van Jeroen Claesz, en Claes Jeroensz, zoon van de voorschreven Jeroen Claesz, aanbestorven is, en als aan hem, Jan van Heusden, door Pieter Pietersz, schepen van Leiden, en de voorschreven Dirck Willemsz verkocht is [358].
In Heemskerk koopt in 1579 Claes Cornelisz scheepmaecker te Beverwijk de desolate boedel van Balich Dircxdr, zijnde twee akkers teelland groot 678 roeden, belend ten westen de Beecke, ten oosten de Reguliers van Beverwijk, ten zuiden de erfgenamen van Guert Splintersdr, ten noorden de weduwe van Louris Wijnants te Haarlem, bij opslag voor 61 gld, waarbij Maerten Claesz Schoudt in Beverwijk zijn borg is geworden, verkoopt in 1587 Cornelis Jansz Hoegeduijn aan Claes Cornelisz in Beverwijk een stuk hooiland op de Hem in de gemene maden van omtrent 1 morgen, "wandelende jaer om jaer over de Zedt", belend west over de voorschreven zedt ten zuiden het armenland van Heemskerk, ten westen de commandeur te Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten het Dijewater, voorts oost over de voorschreven zedt ten zuiden de erfgenamen van Dirck Jansz op t Hoflandt, ten noorden Engel Dircxz, met voornoemde Engel Dircxz als waarborg, verkoopt in 1590 Jasper Gerritsz aan Claes Cornelisz scheepmaecker in Beverwijk een jaarlijkse losrente van 4 gld 7 st, hoofdsom 62 gld 10 st, en droeg in 1609 Claes Cornelisz scheepmaecker, poorter binnen Beverwijk, aan Pieter Cornelisz buurman te Heemskerk een huis of getimmerte op, met al de materialen daaraan behorende, liggende op de grond van de heer van Assendelft buiten de Kerckbuijert op een kroft land genaamd Stuyffsant, voor een termijnbrief van 840 gld [359].
In Lisse verkoopt in 1585 Claes Cornelisz, scheepstimmerman, thans woonachtig in de Beverwijk, als man en voogd van Duijffgen Jeroensdr van Langevelt, aan Cornelis Gerritsz, tegenwoordig duinmeier te Langevelt, 2 derde parten van 9½ hond land genaamd Ruycherve, waarvan het andere derde part nu competeert Claes Willemsz te Leiden, eertijds gekomen van wijlen Jeroen Claesz van Langevelt [360].
In Wijk op Zee in 1600 is Gerit Aeryens 850 gld schuldig aan Claes Cornelys, timmerman, poorter van Beverwijk, ter cause van timmerage en oplevering van een nieuw huis (op 5 juni 1616 betaald), en is Huijbert Pieters onze buurman 330 gld schuldig aan Claes Cornelijs wonende te Beverwijk voor timmerage van een nieuw huis (betaald op 18 mei 1643) [361].
In Beverwijk is in 1600 Oetger Fransz, poorter van Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 6 gld, en Hans Jansz, bode te Beverwijk, een jaarlijkse losrente van 7 gld, schuldig aan Claes Cornelisz, poorter van Beverwijk, testeert in 1601 Claes Cornelisz, poorter van Beverwijk, aan Outger Claesz zijn zoon vooruit een rentebrief van 25 gld 15 st staande op de stad Rotterdam, en zijn boeken behalve het schuldboek, aan elk van zijn kindskinderen 100 gld met aan Guertgen Rieuwertsdr bovendien nog een lijfrentebrief van 18 gld s jaars en een rentebrief van 6 gld 10 st, en aan Marytgen Cornelisdr zijn oudste zuster 25 gld s jaars zo lang zij leeft, is in 1601 Leenert Jansz poorter van Beverwijk aan Claes Cornelisz een jaarlijkse losrente schuldig van 3 gld 10 st (afgelost op 24 november 1611), en is in 1603 Griete Jacopsdr, poorteresse van Beverwijk, met Gerrit Claesz als haar momber, 100 gld, en Mr Jan Bluesz, schoolmeester, 593 gld schuldig aan Claes Cornelisz, medepoorter [362].
In Wijk aan Duin is in 1607 Dirrick Oodgertsz alias Dirrick Cuyper, onze buurman, schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 742 gld 10 st ter cause van geleverde materialen voor het opmaken van een nieuw huis waar Dirrick nu in woont, te betalen op St. Jansdagen 50 gld tot de penningen geheel betaald zijn, met als onderpand zijn huis, belend ten oosten de Cleynen Houtwech, ten zuiden Cornelis Pietersz Bosman, ten westen de Schouheiningh, ten noorden Auwel Jansz (op 18 mei 1637 bekenden Jan Barentsz en Pieter Jeroensz als mede-erfgenamen van Claes Cornelisz voldaan te zijn) [363].
In Wijk op Zee is in 1607 Dirrick Dirricksz te Wijk aan Duin schuldig aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 517 gld, ter cause van geleverde materialen tot het maken van een nieuw huis, belend ten oosten, noorden en westen de Heerenwech, ten zuiden Jan Gerritsz, bekent in 1608 Tielleman Jansz schuldig te zijn aan Claes Cornelisz, timmerman, poorter der stede Beverwijk, 158 gld, ter cause van geleverde materialen, hout, steen, kalk, ijzerwerk, dak en arbeidsloon, voor een nieuw huis, belend ten oosten de droogtuin van Pieter Jansz, ten zuiden de Heerenwech, ten westen en noorden de duin, en is in 1610 Symon Dircxz alhier schuldig aan Claes Cornelisz, poorter van Bevewijk, 950 gld, ter cause van geleverd materiaal, zo hout, steen, kalk, dak, ijzerwerk, en arbeidsloon [364].
In Heemskerk hebben in 1615 Maerten Claesz en Jeroen Gerritsz, poorters van Haarlem, als mede-erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz, in zijn leven poorter van Beverwijk, tezamen verkocht aan Dirck Symonsz wonende aan Velserduijn een stuk hooiland op de Hem, groot omtrent 700 roeden, belend ten zuiden de armen van Heemskerk, ten westen de Commandeur van St. Jans in Haarlem, ten noorden de heer van Assendelft, ten oosten Cornelis Jansz [365].
In 1617 verkopen in Beverwijk Jan Barentsz, medeschepen, en Outger Claesz, ook voor de nagelaten kinderen van Jeroen Claesz, allen poorters dezer stede en erfgenamen van wijlen Claes Cornelis en Duyffgen zijn huisvrouw, aan Lysbet Cornelis, weduwe van Frans Tomasz, mede poorteresse alhier, een erf in de Kerkcroft [366].
In 1636 [367] compareren in Beverwijk Jan Barentsz en Claes Cornelisz Calff, beiden oud-burgemeester en tegenwoordig weesmeesters, vanwege de twee nagelaten weeskinderen van wijlen Jeroen Jeroensz, en de heren burgemeesters als oppervoogden van de voorschreven kinderen, Jan Barentsz ook vanwege Marijtge Claesdr zijn huisvrouw en als voogd in dezen van Anna Claesdr, weduwe van Rieuwert Aeriaensz, en Pieter Jeroensz, oud-schepen dezer stede, broeder van Jeroen Jeroensz, voor zichzelf en als vader en voogd van zijn kinderen, allen erfgenamen van wijlen Claes Cornelisz scheepstimmerman en Duyffgen Jeroens zijn huisvrouw zaliger.
In 1613 testeert te Beverwijk Duyfgen Jeroensdr, vrouw van Claes Cornelisz, aan haar twee kinderen Oetger Claesz en Maritgen Claesdr mitsgaders Pieter, Frans, Jeroen Jeroenszoon en Neeltgen Jeroensdr, alle vier kinderen van Jeroen Claesz haar zoon, elk een derde part, met een legaat van een jaarlijkse lijfrente van 6 gld aan Guertgen Buemersdr [368].
In Wijk aan Duin verkoopt in 1616 Cornelis Gerritsz Schoemaecker, poorter van Beverwijk, aan Duyffien Jeroensdr, weduwe vn Claes Cornelisz, mede wonende te Beverwijk, 2 akkers land, belend ten oosten Eevert Maertensz, ten zuiden de Zeewech, ten westen het Achterwechien, voor 375 gld [369].
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-28321
Gekopieerd!