Middeleeuws Vlechtwerk

Engel Gerritsz van Schoten

In Zuid- en Noord-Akendam verkoopt op 17 maart 1670 Johan van Schooten wonende te Haarlem, als executeur van het testament van Engel Gerritsz van Schooten vermogens de codicillaire dispositie onder zijn eigen hand, uit kracht van de clausule reservatoir in zijn voorschreven testament geïnsereerd gepasseerd op 9 december 1667 present de notaris Willem van Kittesteyn, aan de diakenen van Aelbertsbergh en Overveen een stuk weiland groot 833 roeden, belend ten noordoosten de kinderen van Cornelis Dircx, ten zuidoosten de kinderen van Jan Fopsz, ten zuidwesten het St. Elisabethsgasthuis te Haarlem en ..., ten noordwesten Krijn Claesz c.s., belast met 11 stuivers s jaars erfhuur, voor 1495 gld, te betalen op 3 eerstkomende St. Petri ad cathedrams dagen, de eerste dit jaar 1670 [381.
Op 25 augustus 1666 testeren Engel Gerritsz van Schoten en Aeltie Roelen, geëchte luiden wonende binnen Haarlem. Het is hun wil en begeerte dat de langstlevende zal blijven in het volle bezit van de gehele boedel, zijn of haar leven gedurende. Als legatarissen worden o.a. genoemd Grietie Jacobs, oude bejaarde dochter, Jacob Willemsz Ruymgaert, Cornelis Hendricxe van Limmen, Maritie Cornelis en haar dochter Cornelia Cornelis (van Limmen), de 5 kinderen van Willem Symonsz Ruymgaert, Roeloff Hendricxe. De universele erfgenamen zijn de broers- en zusterskinderen van de testateurs, hoofd voor hoofd in gelijke portiën. [382

permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-39750 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7