Vader:
Claas Gerritsz
Moeder: NN
- Geboren: vóór 1500
- eigenaar van het goed Hardenbroek in Nederlangbroek 1538-<1552, testeert 18-5-1552
- Overleden: tussen 22 november 1552 en 3 augustus 1559 (ongeveer 52 jaar oud)
APOTH regest 319 (inv. 1073), 1512 november 5 den eersten vrijdach in november:
IJsbrant van Wee, schout, Evert van Zijll, Comen Willem Evertss, Willem Willems en Jan Gijsbertz, landgenoten en buren van Leusden, oorkonden dat Rijcout Dirckz heeft overgedragen aan Claes Gerijtz ten behoeve van Lobberich zijn dochter een halve mud land op de eng in Vranckenhoeve, aan beide zijden begrensd door het land van Lobberich, strekkende van de Leerssen berch tot aan de kerk, aan de achterzijde over de weg Aert Peterss, waarbij Rijcout verklaart haar te vrijwaren voor alle hinder en schade. Oorspr. Alleen de zegels van de eerste twee oorkonders nog aanwezig.
APOTH regest 427 (inv. 1194), 1533 oktober 29:
De kinderen van Ghysbert Jacobs, Ghysbert Ghysbert Jacobs dochter en haar man Dirck Poeyt Everts, dochter Corstine en haar man Jan van Wede en Lobberich weduwe van Jorden Gysberts met haar kinderen, maken een boedelscheiding waarbij
Jan van Wede en zijn vrouw een zelfde deel krijgen als Ghysbert (en) Lobberich van het goed Twiltenborch gelegen aan de andere kant van Utrecht; een gelijk deel van een hof gelegen buiten de Kamppoort; Ghysbert zal verder hebben een zelfde deel als Jan en zijn vrouw en Lobberich hebben van de helft van 8 morgen land gelegen in het land van Montfoort, waarvan Evert Jorden Ghysberts van de andere helft 3 morgen en Lobberich 1 morgen bezit; Lobberich en haar kinderen krijgen zal een gelijk deel krijgen als de andere hebben van een stuk land aan de Meerll; eenzelfde deel van een stuk land te Houten. Oorspr. Met zegels van de twee schoonzoons, Claes Geritss voor zijn dochter Lobberich en Aernt Freys van Dolre voor Rotert van Landscroen, de getuige.
APOTH regest 439 (inv. 742), 1534 december 13 donredaichs op Sunte Barbaren Avont:
Roloff Peters, schout, Wouter Claess, Loich Rutgers, Henrick Geritz en Jacop Staell, schepenen van Soest oorkonden dat Claes Gerits soen heeft overgedragen aan Lobberich Jorden Ghysbertss weduwe een stuk land geheten de Campsweerd, gezamenlijk met Henrickgen Helmichs weduwe, strekkende langs de Eem, aan de westzijde begrensd door het land van Alydt Wouter die Beren weduwe , aan de noordzijde dat van Anthonis Bernts en aan de zuidzijde Goirdt van Wede en zijn vrouw Weym. Oorspr. Met zegels van de oorkonders, het vierde compleet, de anderen min of meer geschonden.
APOTH regest 465 (inv. 905), 1538 juli 6:
Jan Ghysbertss, priester, en zijn natuurlijke kinderen Stijntgen, Ghijsbertgen en Peter Jans hebben verkocht aan Lobberich weduwe van Jorden Ghysbertss Vermaet 35 morgen in Neerlangbroek., welk land overgedragen is aan Jacob Jorden Gysbertss Vermaet, hun neef; ter bekrachtiging is de akte bezegeld door Joost van Hardenbroeck, leenheer van het goed, en Adriaen van Zuytooort, leenman, voor hem en de andere leenman Egbert van Gronenberch. Oorspr. Het eerste zegel verloren, het tweede aanwezig.
APOTH regest 468 (inv. 1043), 1538 oktober 8 op sunte Dionisius avont:
Daem van Zyll en Marrytgen zijn vrouw verklaren te hebben verkocht aan Lobberich weduwe van Jorden Ghysbertss een huis, twee bergen, wagenhuis, hoenderhuis en bakoven met het opgaande houtgewas in de 23 morgen in Neerlangbroek, op verzoek van Daem bezegeld door Jan Spruyt Dirckss en Geryt Germanss, burgers te Amersfoort. Oorspr. Het eerste zegel verloren. N.B. Slecht leesbaar.
APOTH regest 497 (inv. 978), 1542 november 21 dynsdaichs nae sint Elysabeths dach:
Meyns Hubert Hylhorst, schout, Loich Toniss, Aert Rutgerss, Reyer Thoniss en Jan Everts, schepenen van Soest, oorkonden dat Lobberich Jorden Ghysbertz weduwe, met haar broer Wouter Claess als voogd, heeft overgedragen aan Evert Joirdenss vander Maet een stuk land Campsweert geheten, gemeenschappelijk bezit met Henrickgen Helmichs weduwe nu vrouw van Dirck van Waell, strekkende langs de Eem, aan westzijde begrensd door het land van de erfgenamen van Alydt Wouter de Leeuws weduwe, aan de noordzijde door dat van Anthonis Bernts, aan de zuidzijde dat van Bart van Wede en Weym zijn vrouw. Oorspr. Met zegels van de oorkonders.
APOTH regest 498 (inv. 1067), 1542 november 21 dynsdaichs nae sint Elysabeths dach:
Meyns Hubert Hilhorst, schout, Loich Thoniss, Aert Rutgerss, Reyer Thoniss en Jan Everts, schepenen van Soest, oorkonden dat Lobberich Jorden Ghijsberts weduwe, met haar broer Wouter Claess als voogd, heeft overgedragen aan Evert Jordenss vander Maet huis, hof en een stuk land strekkende van de Brynck tot aan de Over wech toe, aan de zuidzijde begrensd door Anthonis Bernts, aan de westzijde Henrick Bot Aerts, met voorwaarde dat als Evert overlijdt zonder wettige erfgenamen het goed weer vervalt aan Lobberich of haar erfgenamen. Oorspr. Met zegels, het vierde geschonden.
N.B. In dorso: ?Campsweert?, Maar dit correspondeert niet met de ligging van Campsweert zoals beschreven in de inv. nrs. 975-978.
APOTH regest 517 (inv. 256), 1551 september 5:
Aert Vereem heeft verkocht aan Lobberich Jorden Ghysbertss van der Maets weduwe twee stukken grond in Nederlangbroek bij Sterkenburg,
- 20 morgen boven begrensd door het land van Jacob Ghysbertss, beneden begrensd door den Dormesteyn en de Broeckwech, strekkende van de Langbroekerwetering tot de Goyerwetering
- 12 morgen boven begrensd doorde Broeckwech en het land van Tonis Beefflants erfgenamen, beneden eveneens door Tonis Beefflants erfgenamen, strekkende van het land van het vrouwenklooster van Sint Servaes te Utrecht tot aan de Goyerwetering;
op deze grond is een losrente gevestigd met de hoofdsom van 300 Keizersguldens de penning 20; Aert Vereem zal 19 morgen hiervan in pacht hebben voor de komende twee jaar; als getuigen waren aanwezig Wouter Claesz, Dirck Vereem, Jan Lubbertsz en Jacob Willemz. Oorspr. Op papier. De onderste chirograaf van de twee, het door de verkoper ondertekeende exemplaar.
N.B. In dorso: ?Lobborch Jorden Gysbertz vander Maets weduwe?, ?Coipcedule vant erff in Neder Langbroeck vyf september 1551?.
APOTH regest 520 (inv. 1244), 1552 mei 18 de tiende indictie, derde jaar van het pontificaat van paus Julius III:
Lobberich Jorden Gysbertz weduwe maakt een testament waarbij
- haar oudste zoon Gysbert Jordenss Vermaet in het huwelijk meegegeven heeft de heerlijke goederen van zijn vader; een losrente van 7,5 gulden van haar goederen gaande uit Geryt Teynagels goed; 2,5 Philippusguldens van haar goederen gaande uit Peter Meynss goed; 35 morgen land in Nederlangbroek, afkomstig van zijn overleden broer, met een losrente van 20 Keizersguldens voor zijn zuster Meynsgen; huis, hof en hofstede waar zij nu woont staande in de Broel straet, met uitzondering van de inboedel;
- aan haar zoon Evert geeft zij twee hofsteden met de huisjes daarop; met nog 23 halve schepel roggeland, te Soest in Franckenhove; de rechte helft van een maat land in Soest aan de Eem, waarvan de andere helft aan Dirck de Wael toebehoort; vier morgen land in het gerecht Blocklant bij Montfoort; 2 morgen land in Vuilcoop en Schonauwen, met de bepaling dat deze na zijn dood gaan naar Dam zijn zuster; de helft van twee stukken land in Woesteygen, waarvan de andere helft toebehoort aan meester Peter Zoest en haar zuster Dam, gaande na zijn dood eveneens naar zijn zuster Dam; een stuk land op de Eng, gemeen met met meester Peter, gaande eveneens na zijn dood naar zijn zuster Dam; een stul land te Ankeveen in het gerecht Kortenhoef, gaande na zijn dood naar zijn zuster Meynsgen; een losrente van twee Keizersguldens op de stad Amersfoort met 20 stadsguldens lijfrente; een huis te Utrecht in de Jacobijnenstraat; twee Keizersguldens uit Mechtelt van Snellenberchs goed;
- aan Dam haar dochter geeft zij 18 dagmaten land in Nederzeldert; vier dagmaten land daarnaast gelegen na de dood van haar broer Jacob; Meynsgen zal haar zuster Dam geven vier dagmaten land in Nederzeldert; de helft van het huis en de plaats waar meester Peter en Lobberichs zus Dam in wonen en waarvan zij de andere helft bezitten; het halve huis achter aan op de Gracht waar Aert de Witt in woont eveneens gemeen met meester Peter; het halve huis ook aan de Langegracht waar Neel Aert Wittendichter in woont eveneens gemeen met Peter en Dam; 5 Philippusguldens uit Mouris Gysbertz erf te Asschat; twee kameren in de Mooyerstraat, aan beide zijden begrensd door Roloff Janss;
- aan Meynsgen haar dochter 32 morgen land in Nederlangbroek afkomstig van Aernt van Verkem?; het vierde deel van het goed Coelhorst met dat slaag land en al zijn toebehoren waar Cornelis Bosch met zijn werkers dat andere vierde deel heeft; 2,5 dagmaat land die zij van Henrick van Blomenweerdt gekocht heeft ook in de Oude Slaag; het vierde deel van twee vierdelen land op de Meent waarvan meester Peter Zoest het andere vierde deel bezit en de Stijn Brouwers vicarie de andere helft bezit; de helft van een halve vierdedeel aan de Daweg waarvan dee andere helft aan meester Peter toebehoort; de schuurmet de twee kameren en de hof daarachter in de weerden Coelhorst, waaruit zij de 5 Philippusguldens jaarlijks moet betalen aan haar tante Anna in het Sint Agnietenklooster en dit voor haar 5 Keizersguldens die zij jaarlijks heeft uit het huis waar Peter Zoest nu in woont;
ten overstaan van de getuigen Gherryt Zoest Jacobs, Cornelis Meliss en Peter Brantz en notaris Johan Vlug. Oorspr. Met handtekeningen van de getuigen en notaristeken. N.B. Met transfix d.d. 3 augustus 1559. Dorsale aantekening betreffende wijzgingen in het testament na het overlijden van haar zoon Evert ten overstaan van de getuigen en notaris gemaakt op 9 april 1554.
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21814
Gekopieerd!