Middeleeuws Vlechtwerk

Gijsbert Jordensz van der Maeth

Vader: Jorden Gijsbert Jacobszsz van der Maeth
Moeder: Lobberich Claas Gerritszdr
  • Geboren: ± 1518
  • burgemeester van Amersfoort, magistraat 1543-1578, regent van de Poth 1551-1569,
  • Overleden: in 1594 (ongeveer 76 jaar oud) te Amersfoort

NL 1996:202, leen 13, de hofstede Luttike Weede c.a., 12-3-1531 Wouter Nikolaasz voor Gijsbert Jordaan Gijsbertsz bij dode van diens vader, Armen de Poth nr.1493 en Baronie IJsselstein, inv.3/f.46v; 2-10-1589 geschil met Gijsberta Poyte, wed. Jan de Zwart, zoals zijn vader en Dirk Poyt Evertsz, haar vader, gemeen hadden, wordt gescheiden evenals de tiende, roerend van Oudmunster, Arch. Van Weede inv. 162; 11-9-1595 Jordaan van der Maat bij dode van Gijsbert, zijn vader, Armen de Poth nr. 1493.
APOTH regest 410 (inv. 1079), 1531 maart 12 op sinte Gregorius dach:
Jan van Wede, knape, beleent Ghijsbert Jorden Ghijsbertz soen als opvolger van zijn vader Jorden Gijsbertz met de hofstede Luttike Wede, voor wie Wouter Claess hulde, eed en manschap heeft gedaan, ten overstaan van de leenmannen Claes Gerijtz en Jacop Zoest. Oorspr. Met zegel.
APOTH regest 469 (inv. 1044), 1538 november 4:
Joest van Hardenbroeck, knape, beleent Ghysbert Jorden Vermaet als opvolger van zijn broer Jacob Jorden Ghysbert van der Maethsz met 23 morgen in Nederlangbroek in de 25 hoeven, strekkende van de Langbroekerwetering tot aan de Goyerwetering, boven begrensd door het land van Goert Boll, beneden door dat van de erfgenamen van Ernst van Isendoern; idem 12 morgen in de 25 hoeven, strekkende van de Langbroekerwetering tot de Goyerwetering, boven begrensd door het land van de erfgenamen van Ernst van Isendoern, beneden door dat van de erfgenamen van Goedschalcks weduwe van Winssen, waarbij Meynsken Jorden Gysbertss van der Maeths dochter haar rente van 20 gouden Karolusguldens blijft ontvangen, ten overstaan van Gerrit [onleesbaar] en Eelgis Janss, leenmannen van het Sticht. Oorspr. Met zegel. N.B. In dorso aantekeningen betreffende betalingen aan Meynsken in 1560.
APOTH regest 490 (inv. 1184, 1186 en 1247), 1542 januari 14 op ste Pontiaens dach:
Herman van Vanefelt en meester Peter Zoest, huwelijkslieden aan de ene zijde, en Johan Steven Heinricks en Andries Pouwelss, huwelijkslieden aan de andere kant, Lobberich Jorden Gysbertz weduwe met Gysbert Jordenss soen vander Maeth, aan de ene kant, en Albert Lumanss, met zijn dochter Kunera, aan de andere kant sluiten een huwelijksovereenkomst waarbij
Lobberich en Gysbert inbrengen een erf te Hoogland met de bijbehorende tienden, gemeenschappelijk met Dierck Poeyt Evertz, in pacht bij Aert Reyerss, een hoevendeel van de malen, gemeenschappelijk met Dirck Poeyt, een opgaand stuk land in de Duist, gemeenschappelijk met joncffrouw Styn van Wede, strekkende van de Neerwech tot aan de Laak, een losrente van 7,5 gulden, gevestigd op Gherryt Teynagels land te Bunschoten; de helft van vijf Philippusguldens gevestigd op Peter Meyns Peterss soens goed te Amersfoort; 60 Philippusguldens; Albert en Kunera inbrengen vier dagmaten land te Bunschoten achter Ghys Nagell, in pacht bij Gheryt Janss, aan de ene zijde begrensd door het land van Wilhem Bosch, aan de andere zijde Luy Ryckz erfgenaam; drie dagmaten gelegen bij de dyckhuyssen, in pacht bij Heinrick Dircks, aan de ene zijde begrensd door het land van de kinderen van Herman Bosch, aan de andere zijde Peter Volckenss; vier dagmaten op die groote maet, in pacht bij Jan Ribbenss, waar de twee dagmaten van Albert Lumanss aan de ene zijde naast gelegen zijn, aan de twee dagmaten van Deus Meynss; drie dagmaten gelegen op het ooster blok, in pacht bij Aert Peter Lambertz, gemeenschappelijk met Elbert Bergers erfgenamen; 3,5 dagmaat gelegen aan de andere zijde van de Laak, in pacht bij Ryck en Albert Lumanss, strekkende van heer Ryck Luyten zijn dyckstoel tot aan de dijk; verder geeft Albert uit zijn goederen nog twee dagmaten min een vierdel gelegen over de Laak buitendijks, gemeenschappelijk met Ryck Luyten; nog een halve hof achter de kerk, in pacht bij de pastoor, aan de ene zijde begrensd door Jan Ribbens, aan de andere zijde de weg; een halve hof gelegen aan de Middelgracht, in pacht bij Peter Gherrytz; half huisje en hofstede met de hof daarachter waar Ryck Janss in woont, aan de ene begrensd door Lambert Wilhemss en Jan Jongetgens? [aan de andere zijde; en al deze landen zijn gelegen in Bunschoten; ook de volgende landen zijn gelegen in het gerecht van Bunschoten heeftt Kunera geërfd van haar Peettante en behoren haar alleen toe: de helft van 4,5 dagmaat gelegen in Staels land, aan de ene zijde begrensd door Lambert Wilhems, aan de andere zijde Peter Jongetgens erfgenamen; de helft van 3,5 dagmaat gelegen achter Ryckt Nagels huis, in pacht bij Jacob Ryckss, aan ene zijde begrensd door Lambert Wilhemss, aan de andere zijde Peter Heinrickss; 5 dagmaten land over de Nieuwe weg , in pacht bij Jacob Ryckss, aan de ne zijde begrensd door Gryet Dymmers, aan de andere zijde Jan Volckenss erfgenamen; 5 dagmaten land , in pacht bij Jacob Ryckss, gelegen tegenover Ryckt Janss, aan de zuidzijde bergrensd door Lambert Wilhems, aan de noordzijde Thonis Bortss kinderen; 3 dagmaten land te Spakenburg achter Gcoesgens, in pacht bij Jacob Rycts naast Luyt Rycts land gelegen;
met de voorwaarden dat Gysbert Jordenss vander Maet Kunera een lijftocht zal geven van 15 gouden hertog Philippusguldens van Oostenrijk uit al zijn goederen op het Hoge land geheten die Wede; bij eeen tweede huweliijk na Gysberts dood vervalt deze lijftocht; mocht een van hen overlijden zonder kinderen na te laten dan vervallen de goederen en renten weer aan de partij waar ze vandaan zijn gekomen, behalve de lijftocht die Kunera behoudt als ze de langstlevende is; alles wat zij naderhand verwerven zal gelijkelijk verdeeld worden. Drie exemplaren. De zegels van Albert Lumanss, Herman van Vanefelt, Meyster Peter Zoest, Johan Steven Henrickss en Andries Pouwelss van de eerste twee exemplaren verloren. Tweede exemp[laar zeer slecht leesbaar.
APOTH regest 530 (inv. 1045):
1557 januari 15 des dages na sinte Pontiaens dach
Jan de Cruyff verklaart te hebben gehuurd voor hemzelf en Joost zijn vrouw van Ghysbert van der Maeth 12 morgen in Neerlangbroek, met handtekening van Jan en op zijn verzoek bezegeld door Anthonis Willemsz, burger te Amersfoort. Oorspr. Zegel verloren.
APOTH regest 533 (inv. 1105):
1557 mei 13
Meijnert Volckens, schout, Jan Gerrijts en Cornelis Peters, schepenen van Bunschoten, oorkonden dat Rick Jans Naghel de Oude heeft verklaard schuldig te zijn aan Ghysbert vander Maet Jordens en zijn erfgenamen de som van 25 Keijser gulden, waarvoor hij een jaarlijkse rente van 25 stuiver vestigt op een half huis en hofstede waar Rick nu woont, te Spakenburg, strekkende van de (Spakenburger)weg oostwaarts tot het land van Ghysbert c.s. toe, aan de zuidzijde begrensd door het land van Ghijsbert Peters, aan de noordzijde door dat van Jannetgen Peters weduwe. Oorspr. Met de zegels van de oorkonders, fragment van het eerste.
N.B. Lias met akte d.d. 15 april 1549; met kopie op papier (inv. 364).
APOTH regest 537 (inv. 1244):
1559 augustus 3
Ghysbert Jordenss vander Maeth, Dam Jorden van der Mathen dochter, met haar man en voogd Rutger Poeyt, en Meinsgen Jordens dochter, met Arys Pouwelss haar voogd, verklaren akkoord te gaan inzake de erfenis van hun moeder. Oorspr. Met handtekeningen van Ghysbert, Rutger, Meynsgen en notaris Jacob van Heez en de zegels van Ghysbert, Rutger en Arys, het tweede geschonden. N.B. Transfix van akte d.d. 18 mei 1552.
APOTH regest 544 (inv. 1255):
1563 juli 16
testament van Cornelis Volckensz, oud burgemeester, wedn. van Geertruyt Jacobsdr., als executeurs worden aangewezen Mr. Wilhem Laurens, Peter van Westrhenen Meynss, Ghysbrecht vander Maeth, Rutger Poydt en Cornelis Reyerss.
APOTH regest 548 (inv. 1175):
1567 november 11
Schout, burgemeesters en schepenen van Amersfoort oorkonden dat zij, met advies van de ?sestyenen representeerende tcorpus vande stadt?, hebben verkocht aan Gysbert Vermaet en zijn vrouw Cunera ten behoeve van zijn dochter Cunera, oud 24 jaar, een jaarlijkse lijfrente van zes Keizersgulden. Oorspr. Met het grootzegel van de stad, aan de randen geschonden.
APOTH regest 550 (inv. 1113):
1569 maart 4
Joest van Hertvelt, schout, Rutger Poeyt en Anthonis Pouwelsz, schepenen van Amersfoort, oorkonden dat Gysbert vander Maet en Dirck van Wael, oude en nieuwe rentmeester van de Armen de Poth, verklaren schuldig te zijn aan zuster Anthonia Jacops dochter, procuratrix van het convent van de Celzusters een erfelijke losrente van tien Keizersgulden per jaar, te lossen met 200 gulden, met dien verstande dat bij het uitsterven van de kloosterlingen deze rente zou komen aan een instantie die zich evenals Celzusters inzetten voor de armen. Oorspr. Met de zegels van de oorkonders.
APOTH regest 554 (inv. 1248):
1571 januari 20
Bitter vander Marsche en Luman ter Lyndt, huwelijkslieden vanwege Aernt vander Helle, gemachtigd door Anna weduwe van Johan van der Helle zijn moeder met zijn broer Gerryt van der Helle, aan de ene zijde en Jan Steven Henrickss soen en Wylhem Andriess, huwelijkslieden vanwege Ghysbert vander Maeth en Andries Pouwelss, voogden met Dywer Albert Lumanss dochter, aan de andere zijde, sluiten een huwelijksovereenkomst.
APOTH regest 572 (inv. 1130):
1577 oktober 9
Luman Janss verklaart de betaling door Ghijsbert van der Maeth ontvangen te hebben die hem door bemiddeling van Gerrit van Scayck en zijn vader Jan Stevenss aan de ene kant en Rutger Poijt aan de andere kant toegezegd (etc.).
APOTH regest 573 (inv. 1177):
1578 maart 12
Schout, burgemeesters, schepenen, raden en zestienen ?representerende tgehele corpus van der stadt?, oorkonden dat zij, met toestemming van Filips II, als heer van Utrecht, hebben verkocht aan Ghisbert vander Maeth ten behoeve van zijn dochter Kunera, oud 35 jaar, een lijfrente van vier Keizersguldens. Oorspr. Met het grootzegel van de stad.
APOTH regest 579 (inv. 1215):
1582 maart 22
Ghysbert vander Maeth en Gerryt van der Hel maken, ten overstaan van de scheidslieden Willem Andriesz en Dirck Dircxz van Crachtwyck, een scheiding van hun landen in Nederzeldert en de Haar, bestaande uit:
- 4 dagmaten in Nederzeldert, waarvan 2,5 gelegen zijn tussen de weteringe(n) en 1,5 over de wetering,
- 4 dagmaten in de Armer Haer,
- en nog 12 dagmaten in de Haer, aan de ene zijde begrensd door de gemeen Haer, aan de andere zijde de erfgenamen van Jacob van Biler, waarvan
- 6 dagmaten strekkende van de Loodijk tot de Wetering,
- 6 dagmaten van de Wetering tot de Haarse weg;
waarby Ghysbert perceel c verkrijgt en Gerryt de andere percelen. In vidimus d.d. 3 april 1582.
APOTH regest 588 (inv. 1239):
1588 mei 24: () schepenen van Utrecht oorkonden dat Beernt van Oudorp, gerechtsbode, en Marichgen Dirix e.l. zich borg hebben gesteld (), onderpand: zijn kamer en erf in de Jacobijnenstraat te Utrecht, bel. aan de oostzijde de erfgenamen van meester Rutger vande Lerck, aan de westzijde Willem Loyen, belast met de hoofdsom van tweehonderd gulden, waarvan de ene helft toebehoort Gysbert vander Maeth en Damiana Vermaeth, wed. van Rutger Poeyt te Amersfoort en de andere helft Beernts kinderen uit zijn eerste huwelijk met Maritgen van Rumelaer. Oorspr. Met fragment van het grootzegel van de stad Utrecht.
APOTH regest 590 (inv. 1254), 1589 oktober 2:
Vonnis Hof van Utrecht inzake het geschil tussen Ghysbert vander Maeth, eiser, en Gysbertha Peyten wed. van Jan Swart, gedaagde, waarbij laatstgenoemde wordt veroordeeld met eerstgenoemde over te gaan tot scheiding en deling van het erve, hofstede en tiend Luttike Weede, gelegen op het Hooge Landt dat zijn vader Jorden Ghysbertsz en hij daarna met Dirck Peyt en daarna Jan Swart man van Gysberta gemeen hadden en die verpacht hadden aan Aert Reyersz; verder een perceel genaamd Hollo. Luttike Weede was al in 1363 gemeenschappelijk eigendom van Jorden Ghysberts (Vermaet) en Dierck Peyt (inv nr 1074), het goed zelf was een leen van Elias van Wede, de tiende leen van de proosdij van Oudmunster. Oorspr. Met zegel van het Hof van Utrecht.
APOTH regest 591 (inv. 1080), 1589 oktober 31:
Bevelschrift van de Raden van het Hof van Utrecht voor de eerste deurwaarder of pander betreffende de uitspraak in het bovengenoemde geschil tussen Gysbert vander Maeth en Gijsberta Peyten weduwe van Jan Swart. Oorsp. Met afhangend zegel.
APOTH regest 596 (inv. 1234), 1591 augustus 5 stilo veteri:
Ghijsbert van der Maeth en Ghijsberth Poijten Jan Swarten weduwe, met Hamen Joosten haar voogd, sluiten een akkoord inzake hoeve, hofstede en tiende van Luttike Weede, waarbij Ghijsbert krijgt de hofstede, boomgaart, berg, het naastgelegen kampje naast Vanevelts hofstede; steen en getimmer met zes beste appelbomen, brink tot aan steeg; het kampje voor de wetering; 5 morgen enggrond, strekkende van het bos tot aan de grup, aan de noordzijde begrensd door de weg; het halve bos of heideveld, strekkende van de brink tot aan de geraven grup toe; de halve goor, aan de oostzijde begrensd door het land van de erfgenamen van Johan van Dashorst, aan de westzijde de gegraven grup; in de goor daarnaast het bosje in Cattenbroek gelegen, met de houitkamp; de duist Broetheuvel met alle bomen op de voors. hofstede staand; 1,5 morgen en de hei gelegen in Cattenbroecx cap, aan de westzijde begrensd door Johan van Doornick; de helft van het Haterveen, gelegen naast Meijns Lambers tot aan de gegraven grup toe; de Vlasakkers in de Boutenhoeff gelegen met dat lange akkertje in Wouters Hovers cap en heide;
Poijtghen Swarten zal hebben de maat met het geld van de watermolen en dat nu tot onderhoud van het sluisje gebruikt wordt; de eng, aan de oostzijde begrensd door de weg, aan westzijde door de voors. maat; groot ongeveer 3,5 morgen met 2,5 morgen van de eng aan de andere kant van de hofstede gelegen strekkende van het Molenbroek tot aan de gegraven grup; op deze eng de lange akker groot ongeveer 1 morgen die tiend geeft in Weerhorst; de voors akker zal krijgen de tiende van 1,5 morgen uit Weerhorst; nog de helft van bos en heide , aan de oostzijde begrensd door de goor, aan de westzijde de grup in het bos, met de helft van de goor naast het dit bos en de heide gelegen tot aan de grup toe die in deze goor gegraven is; Sleuters camp met de heide; de Berrecuelmet het tiendje in Harmen Joosten land; de Nieuwe Camp opt Hoegelandt; het Nieuwe Landt dat Steven Willemsen in pacht heeft; de helft van het Haterveen , van de grup tot aan de Duist , in pacht bij Jan Roelen; een dagmaat gelegen in de hei aan het eind van Wouter Hoevers camp, aan de zuidzijde begrensd door Schothorst , aan de noordzijde het land van Wouter Hoever; een perceeltje genaamd Holloo;
beide partijen hebben de overeenkomst ondertekend ten overstaan van Gerrit van Zoudenbalch, Harmen Joosten, Johan vander Burch, Jorden vander Maeth en Evert vander Maeth, die eveneens ondertekend hebben en bezegeld door Ghijsbert vander Maeth en Harmen Joosten voor Ghijsberta. Oorspr. Eerste zegel gaaf, tweede geschonden.
N.B. In dorso van 1500: ?Nota. Dat die hofstede vant goet genaemt Lutticke Weede wordt versocht aen Mr. Johan van Oudenbernevelt met een blancken beeker. Ende de tient van Lutticke Weede wordt versocht aen de abdye van Ouden Munster tUtrecht met 20 tornoysen. Ende dese twee leenen worden versocht als en van dese leenen vesrterft tot gelijcke costen van ons onders. Ende onsen erven. Oirconde onse handen geteyckent ao XVc 95 Jord. Vande Maet P. Swart?.

Relaties:

Bronnen:

1. eigenaar in Het Kromme-Rijngebied 2018:19
2. leenman in Archief Armen de Poth inv. 1079, 12-3-1531 belening regest 410

permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-21816 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7