Middeleeuws Vlechtwerk

Pieter Gerritsz Scheelpier

Vader: Gerrit Pietersz Hordemaker
Moeder: N.N. Cornelisdr?
  • Geboren: ± 1535
  • schipper, houthandelaar
  • Overleden: ± 1593 (ongeveer 58 jaar oud) (22-11-1593, 6-12-1593 of 4-4-1594) te Rotterdam

Zijn tweede vrouw bezit op 11-6-1597 een huis in de Corte Hoofdsteeg (10). Hij verkoopt op 6-6-1577 aan Lenert Lenertsz een huis en erf in de Rijstuin, belend ten westen: Lenert Pietersz Verburg, ten oosten.: de weduwe van Lenert Jacobsz, en koopt op dezelfde dag van Lenert Lenertsz een huis en erf in de Rijstuin, strekkende aan de achterzijde tot in de Corte Hoeftstege, met een gang, die 3 roedevoet breed is. Belend ten westen: Willem Jansz en ten oosten: de erfgenamen van Blonnen, de steeg is belend ten westen: Claes Symonsz Paeuw en ten oosten: Willem de stoeldraeijer. Aan de rechterzijde grenst het huis aan Claes Symonsz Paeuw (11). Het huis dat hij verkoopt heeft hij op 23-4-1575 gekocht voor 3/4 part van Trijntje Harpersdochter, weduwe van Cornelis Rochusz, belend ten westen Lenert Pietersz Verburg, ten oosten Lenert Jacobsz, achter: Lenert Jacobsz. Hij heet dan Pieter Gerritsz schipper in de Rijstuin. Uit het feit, dat hij een vierde deel in zijn bezit heeft, dat hij blijkens de gifteboeken niet heeft gekocht, maar moet hebben geërfd, lijkt het vrijwel zeker, dat zijn vrouw Jannetje Cornelisdr het enige kind is van Cornelis Rochusz. Zijn vrouw erft dan de helft van het huis plus een kindsdeel, zijnde een vierde, waaruit blijkt dat Jannetje het enig overgebleven kind uit dat huwelijk is. Haar grootvader leren wij kennen uit het voorgaande transport van het huis, waarnaar in de brief van 23-4-15,75 wordt verwezen. Op die dag (19-5-1546) verkoopt Adriaen Cornelisz het aan Rochus Cornelisz; het is dan belend ten westen Lenert Pietersz en ten oosten Jan Jacobsz (12).
OV 1988:
Hij wordt vermeld in kohier 10e penning anno 1561 in perceel 17 in de Rijstuin (transport eerst in 1564), dat hij in 1584 transporteert op Gerrit
Willemsz. die daar al in 1574 als bewoner wordt genoemd (51). Pieter Gerritsz is in 1567 vermeld in perceel 15, dat hij in 1576 overdraagt op (oom) Jan Thonisz (52). In de periode dat hij beide projecten van de hand doet, krijgt hij perceel 6 weer
in bezit, zoals zijn grootvader, na overdracht door Trijntge Harpersdr, weduwe van Cornelis Rochusz, in 1575 (53). Laatstgenoemde kwam het aan van zijn vader Rochus Cornelisz, die hierop aan de memorie rente nr. 412 betaalde van 1545-1559, maar in elk geval in 1567 hier nog woonde: 12-3-1567: Rochus Cornelisz t.e.z. en Reyer Cornelisz als weduwnaar van Jannetgen Rochusdr zijn huisvrouw t.a.z., zijn accoord inzake de erfenis van Geertgen Doen, zijn vooroverleden huisvrouw moeder za. ged., waarbij wordt bepaald dat Rochus Cornelisz zijn leven lang in het huis en erf zal blijven wonen, Lenert Jacobsz. ten oosten (nr. 5) en Lenert Pietersz Verburch ten westen (nr. 7). Als Rochus dit huis zou verkopen, dan dient Reyer 1/4 part van de kooppenningen te ontvangen (54).
Pieter Gerritsz betaalt een H. Geest-rente na Rochus Cornelisz (55). Met de gift van 1575 had hij 3/4 part van huis en erf verworven en hij transporteert 2 jaar later 4/4 part, zodat hij reeds over 1/4 part beschikt moet hebben. Te stellen, zoals in OV
1979, dat hij met de dochter van Cornelis Rochusz gehuwd zou zijn, gaat voorbij aan het feit, dat er een leeftijdsverschil van minimaal 15 en waarschijnlijk 20 jaar moet zijn geweest tussen Pieter en die onbekende dochter.
Hij ruilt dit bezit voor perceel 3 in de Rijnstuin: 6-6-1577: Pieter Gerritsz geeft gifte aan Lenert Lenertsz een huis en erf in de Rijstuin, Lenert
Pietersz Verburch wz. en de weduwe erfgenamen van Lenert Jacobsz oz., strekkende voor uit de haven tot achter aan de schuur van vsz. weduwe en erfgenamen. Waarborg Jan Thoenisz (zijn oom) met een huis en erf om de dijk (nr. 15), Willem Cornelisz zz. (nr. 16) en Cornelis Adriaensz Keyser nz. (nr. 14).
6-6-1577: Lenert Lenertsz geeft gifte aan Pieter Gerritsz een huis en erf in de Rijstuin met een steeg strekkende achter in de Corte Hooftsteech, 3 voeten breed, Willem Jansz wz. (nr. 4) en de Blommens erfgenamen oz. (nr. 2), strekkende voor uit de haven tot achter aan de huizen en erven van Claes Symonsz Paeuw (nr. 30) en Jan Adriaensz (nr. 29). De steeg met Claes Symonsz wz. en Willem de stoeldraijer oz. (nr. 31), strekkende van de halve straat tot achter aan het huis van Pieter Gerritsz. De bezitters van Blommens huis houden vrije doorgang voor altijd door deze steeg (56).
Lenert Lenertsz transporteert huis en erf nr. 6 direkt door op Jan Stoffelsz houtkoper, die als laatste betaler van de H. Geest-rente wordt genoemd. De volgende attestatie geeft het bewijs, dat de Pieter Gerritsz die in de blafferd van de heiligegeestrenten
Scheelpier wordt genoemd, identiek is met Groenrijs:
15-4-1595: Jan Leendertsz Verburch 50 jaar, Grietgen Leenderts Verburch 58 jaar, getuigen ten verzoeke van Dieuwertgen Adriaens weduwe van Leendert Jacobsz en Fop Pietersz van der Meyde als gehuwd met Maritgen, dr. van Leendert Jacobsz (= Schilperoort), dat omstreeks 36 jaar geleden Leendert Jacobsz huis, erf en plaats heeft gekocht in de Rijstuin (nr. 5), aan welk huis behoorde een steeg, strekkende van dit erf tot het erf van alsdoen Rochus Comelisz en daarvan nu bezitter is Jan Christoffelsz houtcooper (nr. 6), lopende de steeg westwaarts aan tot het erf van Leendert Pietersz Verburch (nr. 7) en van daar zuidwaarts tot aan de straat van de Rijstuin. Dat toen op het scheid van de steeg en het erf van Rochus Comelisz een houten heining stond, daar altoos gestaan heeft tot in het jaar 1575, toen Pieter Gherritsz Groenrijs, bezitter van het erf van
Rochus Cornelisz, daar op het zuideinde aan de steeg een houten loods (6 A) getimmerd heeft en
dat Groenrijs water loosde op eigen erf en niet in de steeg (57).
Perceel nr. 3: Het Huis Mechelen (1590). Op dit perceel rust een H. Geestrente (nr. 129), verleden anno 1410 door Willem Jansz mandemaker en Jacob Strijcker, waarvan de opvolgende betalers waren vanaf 1507: Cornelis Ghijsbrechtsz hordemaker, Adriaen Jacobsz Black, Govert Dircxz (Thoen), Pieter in Hamburch, Cornelis Dircxz Nelebroer, Lenert Lenertsz, Pieter Gerritsz scheel Pier.
Voorts een memorierente (nr. 410): Gijsbrecht Damenszoons huus 1472-1499; Cornelis Ghijsbrecht Daemsz (Cornelis Ghijsbrechtsz. hordemaker) 1500-1537; Ariaen Black 1538-1546; Govert Dircxz 1547-1548; Claesgen Pieren (Claes Pietersz) 1549-1550; Cornelis Dircxz. hordemaker 1551-1559. Willem Jansz Bloem, hordemaker, die het perceel nr. 4 bewoont, noemt zijn buurman Pieter Gerytsz ten oosten in 1585. Dirck Jansz van der Eertbrugge in perceel
nr. 2 zijn buurman Pieter Gerytsz ten westen. En de buurman ten zuiden, Jan Adriaensz Keyser in de Corte Hooftsteech zegt, dat zijn erf achter grenst aan loods en erf van Pieter Gerritsz in 1586 (perceel nr. 29) (58). In 1590 treft Pieter Gerritsz houtcooper een regeling met zijn westelijke buurman Aernt Willemsz,
zoon en erfgenaam van Willem Jansz Bloem, over het aanbrengen van een venster in zijn, Pieter?s huis genaamd Mechelen (59). Op 15-4-1592 wordt Pieter Gerritsz nog als belending genoemd, maar 22-4-1592 Gerrit Pietersz, wiens gezin c.q. weduwe daarin tot 1651 bleef wonen. Ghijsbertgen Henricxdr, weduwe van Pieter Gerritsz Groenrijs, wordt hier 11-6-1597 nog als belending genoemd. Op 9-11-1615 geeft zij, geassisteerd met Aryaen Pietersz, haar zoon, een notariële machtiging aan haar schoonzoon Cornelis Pietersz (Bisschop) te Vlaardingen (61).

Relaties:

Bronnen:

1. Ons Voorgeslacht 1979:26-27 gen.I

permalink: https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-40320 
Kopieer permalink
Gekopieerd!

PHP uitvoer: GensDataPro 3.0.7