Hij is genoemd in perceel 17 in 1522 en 1525. In perceel 15, waar hij de memorierente nr. 417 betaalt van 1539-1559 na Rochus Cornelisz, zoals ook daar genoteerd voor de 10e penning in 1553 en 1561. Wij zullen de oorzaak niet weten van de ontbrekende middelen tot betaling van die belasting, temeer daar bij zijn zoon de financiële staat snel verbetert. Hij noemt zijn zuster Maritgen in 1555 (27), is voogd over de kinderen van Cunera Pietersdr van 1556-1563 (47). Zijn erfgenamen worden genoemd in 1569 bij transport van dit huis en erf op zijn zoon Pieter (33).
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-40328
Gekopieerd!