LBBL leen 51, de heerlijkheid Lathum c.a., 27-6-1413: Willem van Montfoort, ridder, van wegen zijn huisvrouw Cathryna van Baer, beleend "gelykerwiis deselve heerlycheyt ende guederen mynen oom Fredrick van Moers genaempt van Baer, den Godt genadich sy, van mynen voorvaders by broederlycke deylinghe uther huyse van Baer toegedeylt ende gemachscheyt is" [noot 2: d.i. van de leenheer Walraven van Moers, heer tot Baer, die de leenacte afgeeft en daarin Cathryna van Baer vermeldt als onse nichte]; 21-7-1460: Zeyne van Broichuisen beleend voor de Vrouwe van Haeren [noot 3: nl. Oede van Montfoirt, gehuwd met Willem Dobbelsteyn].
OV 1982:295, leen 20: de tiende in het land van Ameide, 24-7-1421: Heer Willem van Montfoort, neef van de leenheer, eventueel te komen op zijn bastaarddochter (283 fol. 4, 284 fol. 6): 19-8-1448: Heer Hendrik van Kronenburg voor Katharina, bastaarddochter van Willem van Montfoort heer Hendriksz bij Matke van der Molen, bij overdracht door haar vader (284 fol. 6, 285 fol. 4).
permalink:
https://wilschut.nl/gdp/index.php/pers/get/1-44793
Gekopieerd!